Sinterklaas, kerst en oud & nieuw staan alweer voor de deur. Het seizoen van opruimen en archiveren is begonnen. Tot mijn computer mij gisteren vroeg of ik een oud bestand wilde “vervangen of overschrijven”. Dat klinkt altijd alsof ik op het punt sta een kerncentrale stil te leggen, dus eerst maar even kijken waar het over gaat.
“Het kan bijna niet anders of de luisteraar is meteen bij de les bij het horen van de samenzang van Wait For Me, waarmee The Mulligan Brothers hun nieuwe CD Via Portland opent.”
Een citaat uit Heaven. Een herinnering aan een andere tijd. Bijna tien jaar geleden deed ik de promo voor Via Portland van The Mulligan Brothers. Een golf van positieve reacties uit binnen- en buitenland gaf Bart en mij begin 2016 het zetje naar een echte grassroots-aanpak. Toen grassroots nog gewoon betekende: met de telefoon in de ene hand en je overtuiging in de andere.
Ik zie die winter nog helder voor me. Een Amerikaanse band met meer ziel dan marketingbudget, en tóch stonden ze in DWDD. De redactie luisterde, Matthijs fronste, en Dolf Jansen schrok wakker. De studio ging toen nog even open voor rauwe verhalen uit Mobile en Baton Rouge. Gevolg een uitverkocht zondagmiddag concert van The Mulligan Brothers in Trianon in Nijmegen maakte plaats voor nog een uitverkocht avondconcert op dezelfde dag. Bingo! Dat kon toen nog.
Maar tien jaar later? The Mulligan Brothers zijn overigens geen evenwichtige blijvertjes gebleken. Maar goed dan kom je vanzelf uit bij de vraag waar we in hemelsnaam beland zijn. Columns schrijven is niet persé mijn terrein, maar geef me wat tijd en ik tik graag een B1-monoloog over de staat van onze sector. Want het is simpel: live muziek in de mainstream is steeds schaarser — niet omdat het niet nodig is, maar omdat niemand er nog voor durft te kiezen.
Talkshows hebben zich hopeloos vermenigvuldigd, het muzikale speelveld is gekrompen. Live muziek is vaak decor, een kort intermezzo tussen meningen van BN’ers. Steeds dezelfde kring tribute-acts, Hollandse volkszangers of anderszins “veilige” keuzes. Redactionele durf? Verdwenen. Nieuwe stemmen? Nauwelijks lucht.
De column was bijna klaar en in de volgende alinea wilde ik eigenlijk iets kwijt over het belang van je eigen kanalen, je eigen podia, je eigen community. Je eigen voordeur bouwen of zoals ze vaak zeggen, je eigen bubbel.
Maar toen keek ik gisteren naar Vandaag Inside. Wilfred Genee vraagt Cesar Zuiderwijk doodleuk: “Zie je Barry en George nog weleens?” En daar zit hij: Johan Derksen, de aan banden gelegde muzikale kluizenaar, die hoort hoe zijn zorgvuldig gekooide domein wordt opengebroken door hopeloos gestuntel. Je voelt het kraken én je moet er bijna om lachen.
Terwijl aan de andere kant juist de plekken die wél ertoe doen blijven bestaan: luister podia, huiskamers, intieme cafézalen, kleine theaters. Ruimtes waar de muziek mag ademen, waar de stilte tussen de noten iets zegt. Dat is de biotoop waar ik nog steeds graag rondloop.
En ja, ik blijf glimlachen om het tribute-circuit: “Net-Niet-Bruce” die tegenwoordig volle zalen trekt in het gesubsidieerde clubcircuit, terwijl de originelen, zonder backing track spelende, moeten knokken voor speelruimte op plekken waar ze tien jaar geleden nog gewoon ontdekt werden. Artistieke durf is zeldzaam geworden. Beleidsplannen winnen het van pure, ongepolijste kwaliteit.
Daarom is het misschien maar goed dat de mainstream-deur dichtzit. Als grassroots-promotor, een term waar ik zelf nooit om gevraagd heb, heb je geen spectaculair tv-moment meer nodig om impact te maken. Je bouwt je eigen porch. Je creëert je eigen luisterplek. Je trekt een community aan die echt snapt waarom stilte ook een instrument is.
De oude deuren zwaaien waarschijnlijk nooit meer open. Maar wie goed luistert, hoort dat elders nieuwe ramen klapperen in de wind. Voor wie durft te bouwen, is er altijd ruimte.
