Ik moest er even naar zoeken, maar warmoes is Vlaams voor snijbiet. Een zeer smakelijke vergeten groente die zich gelukkig weer boven het maaiveld aan het verheffen is. Naast deze uiteenzetting dient Warmoes zowel rauw als gekookt opgediend te worden.
Het is verleidelijk om in het nog relatief korte muzikale levens van alle vijf de Belgische muzikanten (Milan Robberechts: piano, Marieke D’hose: accordeon, Arno Molenschot: tenorsax en fluit, Laurens Maris: percussie en Laris D’hose: basgitaar en contrabas) van Warmoes te duiken. Die zijn nogal veelzijdig en verschillend van elkaar. Van muziekdocent tot lid van een punkgroep, een slagwerkduo, jazzgeschoold, kortom; lekker een keer gaan uitzoeken, want dat is echt verrassend. Ze vonden elkaar in het maken van instrumentale folk. Dansbaar, waardoor ze met grote regelmaat in de balfolkscene, maar zeker ook daarbuiten, optreden.
‘De Binnenbuiten’ komt uit op het Tradrecords-label en dan weet je een paar dingen zeker. De muziek is op folk gebaseerd en van virtuoos niveau. Ik veer dus (weer) op en hoor ‘De zandman’. De wekker piept en jazzachtig vrolijk begint de dag met een relatief rustige folkdeun. Accordeon en sax verbeelden een ochtendritueel, maar hoe dat eruitziet laat Warmoes aan elke individuele ontwaker over. Beginnend met een lekkere contrabas laat ‘Kluskweit’ veel aan de verbeelding over. De jazzy toonzetting van dit stuk pakt met fantasierijke tussenbeelden de folk bij de kop en samen dansen ze verder. ‘Nachtvorst’ begint met het openritsen van een tent. De vorst tintelt in je neus als de hoge tonen van een piano. Er zijn er meer en na de accordeon volgen ze allemaal en spelen zich jazzfolkfunkend een weg door de nacht, waarbij ook de fluit zich niet onbetuigd laat. Sterk stuk, waar ik mij niet snel vanaf laat brengen. Wil je weemoed? Naar wat? Naar toen, en hoe lang geleden is dat? ‘Thee Deugd’ laat het je in dit solopianostuk beleven. Met een fijne aanslag een herinnering met een twinkeling, want ze worden nog steeds gemaakt; herinneringen. De derailleur snort, een fietsbel waarschuwt, vroegopdedaggeluiden en een zwaar gestreken contrabas, zo begint ‘Fiets Jigs’. Wat volgt is een frivole lijn van bocht naar bocht. De fluit en de accordeon heuvelafwaarts. De ‘Galanthus’ komt langzaam, maar zichtbaar boven de grond en verheft zich neuriënd boven de aarde. Pril, maar zich verzettend tegen de elementen, blijkt hij zachtzinnig ijzersterk te zijn en uit volle borst te kunnen ontluiken, ook al ligt er soms iets in de weg. Hoe theatraal kan een klein bloemke zijn?
Warmoes is een uitermate goed gezelschap. Om bij te vertoeven, om in meegenomen te worden en om van te genieten. Creatief en vrij van verplichtingen, geworteld in volkse klanken. Ik ben geen danser, maar dat is absoluut geen noodzaak om van deze parelende folkgroep te houden. Negen muziekstukken, negen prachtige intro’s uit het leven gegrepen, negen keer een topniveau van muziek maken en na het laatste stuk de feestganger die fluitend naar huis gaat, omdat de melodie in zijn hoofd blijft zitten. Warmoes is nog lang niet uitgekookt.