Als je dan toch muzikant bent waarom zou je je beperken, waarom zou je je muzikale vleugels niet uitslaan en muziek gaan maken waarmee je zegt: “dit bedoel ik nu”. Ward Dhoore is zo’n muzikant. Uiterst bewust van de kracht van melodieën en het maken van geluiden die iedere afzonderlijke vezel van de gehoorzenuw laat vibreren en in ons wezen emoties opwekt die we als niet om aan te horen zo mooi en raak vinden.
Ward Dhoore is de Belgische componist-multi-instrumentalist die samen met Jeroen Geerinck oprichter van het folk-roots label/collectief ‘Trad Records’ is. In meerdere Real Roots reviews komt dit label naar voren. ‘Trad Records’ brengt muzikanten over het voetlicht die een heel eigen benadering hebben van folkmuziek, maar dat is geen must, want in het samenspel tussen de muzikanten zijn verschillende nieuwe vormen van muziek maken ontstaan. Dat heeft al heel wat parels opgeleverd. Ward maakt deel uit van bands als Spilar, Thalas, Trio Dhoore, Snaarmaarwaar, Airboxes Kwartet, Bansk, Siger, maar is ook actief in samenwerking met het strijktrio Northern Resonance en Siger, en het audiovisuele project Zonderland, samen met beeldend kunstenaar Lander Cardon.
Dit project met de titel ‘Oeverloos’ is te zien op YouTube. De muziek is in 2022 uitgebracht op album. Het laat zien/horen dat er uit het samengaan van verschillende creatieve uitingen nieuwe, elkaar versterkende, vormen ontstaan. ‘Oeverloos’ is in de wonderlijke coronatijd geboren uit vriendschap tussen de twee makers. Ze moesten wat maken van die vreemde tijd. Waarom dan niet gelijk een nieuwe wereld? Oeverloos heeft folk en haar melancholie in zekere zin nog wel in zich, maar als detail in ruimtelijk landscapes, vrije geluiden en melodieën.
‘It Was All Heart’ is een volkomen beeldend uit tien stukken bestaand werk geworden. De details fijnzinnig en de melodieën gevoed door emotie. Vijf muzikanten, uit verschillende windstreken: Seraphine Stragier op cello, Louis Favre op drums, Esther Coorevits op altviool, Oscar Beerten op Hardangerviool en Daniel Herskedal op tuba en bastrompet. En hijzelf op harmonium, soundscapes, synths en de piano als kerninstrument. Het stuk ‘Slow Down’ laat zich beluisteren als een trage tocht na een veel te hectische periode. De noot voor noot bedachtzame piano en de fluisterende blazer lopen stukjes samen op met lichte troostende Aziatische klanken. Anders bedoelt mag ook natuurlijk. Het zweeft zo heerlijk met beide benen op de grond. Een kleine minimalistische pianomelodie spint zich uit en laat zich door de cello omarmen op ‘Our Chidren’. Een kind tussen de zwijgende brokstukken van wat eens een thuis was, roert met een stokje in een plasje water? ‘Song For O’, een solopianostuk, net iets rijker dan minimalistisch maar zeker krachtig in de herhaling. Het klinkt als een ode aan die of dat ene. ‘Jätvsö Lanthandel’ heb ik gevonden in Zweden, maar geen idee of dat etablissement waar met grote zorgvuldigheid met voeding wordt omgegaan ook door Ward bedoeld wordt. Het is in ieder geval een prachtig opgebouwd stuk naar een uitwaaierende gestreken ritmiek en een slotakkoord om bij achterover te leunen. En hé, daar kijkt een folkmelodie om het hoekje! Op ‘Can Someone Let The Light In’ is weer die mystieke Aziatische ondertoon die zoveel overeenkomsten heeft met ons gevoelsleven.
Het prachtige slotstuk ‘It’s Was All Heart’ is bijna een verantwoording. Dat had niet gehoeven, want Ward Dhoore is nog lang niet klaar. Luister maar naar het rijke stuk ‘Balloon House’ waar al zijn muziek in samenkomt.