Ze hebben de 90-jarige bluegrass zangeres Alice Gerrard als buurvrouw. Binnenkort brengt ze samen met jonge muzikanten een nieuw album uit. De midden twintigers Vivian Leva en Riley Calcagno laten hun loftrompet hierover duidelijk spreken. Als multi-instrumentalisten zijn ze ook het liefst bezig met het zoeken naar de juiste toon om hun muziek mee te schrijven en spelen.
Beide groeien op met muziek. Vivian treedt al jong op met Appalachen violist-zanger-vader James Leva en krijgt het mondharmonica spelen, zingen en gitaar spelen van nature mee. Riley is een geschoold musicus. Klassiek viool dus ook noten lezen. Vivian speelt intuïtief, maar wel in de vaste omlijning van country. Riley speelt meer in de breedte en maakt meer gebruik van zijn vaardigheden als muzikant. Beiden hebben een grote voorliefde voor de traditionele countryfolk uit de Appalachen. Daar vinden ze elkaar als bij toeval in op een muziekkamp. Hun eerste twee albums, ‘Time is Everything’ uit 2018 en het titelloze album uit 2021, zijn in die traditie geschreven en zeker voor puristen twee pareltjes met sterke songs, hoewel een song als ‘Love and Chaines’ op het laatste album al iets aangeeft van een koerswijziging.
Eenmaal beland in hun huidige woonplaats Durham in North Carolina maken ze kennis met nieuwe muzikale vrienden, lossere muzikale touwtjes en met meer vrijheid om te creëren in deze vrij tandeloze tijd waar het Americana betreft, zoals Vivian het omschrijft. Nee, de fundamenten liggen er nog in de tien songs op ‘Imaginary People’ al opent het album met een “ouderwets nostalgische” zonnig klinkende Amerikaanse popsong ‘Kygers Hill’. Daarna is ‘Sauvie Island’ met gitaar, banjo en bas een heerlijke country-popsong waarin de zang van Vivian fraai tot zijn recht komt. Riley legt er meezingend een mooi laagje onder. ‘The General’ en het bijtende ‘Is It All Over’ zijn qua toon setting goed in het gehoor liggende ‘eigentijdse’ popsongs. Op ‘Is It All Over’ is het country-instrumentarium echter wel een onderdeel van het bandgeluid. De country komt terug in het meer rockende ‘Imaginary People’. ‘Flashing Lights’ loopt met pedal, elektrische gitaar, bas, drums en een fraaie melodie lijn bijna middle-of-the-road het muzikale pad af, maar blijft door het helder klinkende instrumentarium recht overeind.
Bluegrass, ballads, rock, folk, pop, country. Het speelt allemaal mee. Muzikaal gesproken blijkt het, zeker na een paar beluisteringen, een album op zich. De bedoeling andere wegen in te slaan dan de ‘country road’ is onmiskenbaar gelukt door de twee elkaar aanvullende, met milde country stemmen zingende, uitstekende songwriters en hun meespelende muzikanten. Typerend is overigens dat het slotakkoord de traditional ‘The Blackest Crow’ is. Meesterlijk geïnterpreteerd door Viv & Riley. Misschien ligt daar toch hun grote kracht, zoeken naar een nieuw wegdek voor oude wegen, zoeken naar de kracht van het oude, dat bewerken op voortborduren en voor verrassingen zorgen.