Ga naar de inhoud

Todd Snider, High, Lonesome And Then Some 

Todd Snider, High, Lonesome And Then Some Ik had willen beginnen met de sobere bluesklanken op dit, voor mij verrassende, album. Ik begin deze review echter met 14 november 2025, de dag dat Todd Snider onverwacht is overleden. Een stroom aan mistige gebeurtenissen ging daaraan vooraf. Er is gespeculeerd over een gewelddadige beroving, een longontsteking, onvoldoende hulp op een eerstehulpafdeling en verward gedrag in het ziekenhuis. De longontsteking zou hem fataal zijn geworden. Een triest einde aan een doorgeworsteld leven.

Folk/singer/songwriter Todd Snider wordt in 1966 geboren in Portland, Oregon, maar verkast naar Texas, ziet in 1985 Jerry Jeff Walker solo optreden en weet daardoor wat hij wil. Gitaar spelen moet hij zich dan nog eigen maken, maar naar het schijnt speelt hij al wel mondharmonica. Dan volgt een stroom aan kennismakingen met singer/songwriters die hem inspireren, begeleiden in het songschrijven en hem aan contacten helpen. Kent Finlay, Guy Clark, John Prine, zomaar een greep uit zijn lange lijst muziekhelden. Snider gaat met behoorlijk succes optreden en maakt in 1994 zijn eerste soloalbum ‘Songs for the Daily Planet’. Hij richt in 2013 de americana folkrockband ‘Hard Working Americans’ op met o.a. Neal Casal als gitarist. Van rock-‘n-rollsongs uit de jaren ’50 is hij ook niet vies en neemt er in 2016 onder de naam Eastside Bulldogs een album vol mee op. Folkroots vergeten lukt niet en zijn dertiende album is (weer) een akoestisch album.

Een kronkelige en zoekende muzikale loopbaan waarin folk, blues, country, rock, funk elkaar afwisselen en/of versterken, maar ook droge vertellingen en humoristische verhalen behoren tot zijn oeuvre. Drugs en afkicken ook. Emotionele- en lichamelijke pijn, nadrukkelijk aanwezig zijn en een dunne scheidingslijn tussen realiteit en fantasie zorgen ervoor dat hij zowel geliefd als ongrijpbaar is. Het verlies van steeds meer van zijn muziekhelden brengt ook gevoelens van eenzaamheid met zich mee.

In dat licht bezien zijn de negen songs op ‘High, Lonesome And Then Some’ niet alleen sober door de minimale (zeer fraaie) inbreng van zijn bandleden, zijn gruizige stem en de donkere bluesklanken, het blijkt ook een onbedoelde zwanenzang te zijn. Een paar bluesakkoorden met om de zoveel seconden een plof en een ritsel en een spaarzaam achtergrondkoortje. Meer is niet nodig om uitteleggen dat zijn leven is wat het is. ‘The Human Condition’ is daarmee een kalme bijna zerosong. De geprepareerde (kroeg) piano is bij uitstek het instrument om ‘While We Still Have A Chance’ mee te beginnen. De meest uitgesponnen song op het album, met een fijne (niet onbekende) melodie, over het nog een keer proberen elkaar te hervinden. Het volledig uitgeklede en ogenschijnlijk plotseling opborrelende ‘The One, Four, Five Blues’ is een mistroostig, traag, zichzelf beklagend lied met een zelfgekozen afloop. ‘It’s Hard To Be Happy’ is een mooie, cynische song over het volgen van therapie. Zeker als het koortje het refrein meezingt, druipt het cynisme ervan af, met de zang op de voorgrond, het koortje erachter en de gitaar als uit een kelder. ‘The Temptation To Exist’ is een poging tot relativering. Met een funky ondergrond een song die in fragmenten oproept tot een beetje leven. We kunnen het, zo moeilijk is het niet, iedereen doet het.

Het album doet een beetje zeer. Door de dood van Todd Snider blijkt het dat het leven soms afloopt met heel veel onbeantwoorde vragen van de dode zelf. Snider hielt zich vast aan milde sinistere humor en leed aan zichzelf. Dat heeft wel een heel fraai en bijzonder gekleurd album opgeleverd.