Ga naar de inhoud

The Ghost And The Machine, Sorrow

The Ghost And The Machine, SorrowThe Ghost And The Machine draait om het afdalen in de krochten van de menselijke ziel. We zijn niet volmaakt, dus waarom zouden we daarnaar streven? Het onvolmaakte omarmen en er uiting aan geven. Een wereld creëren waarin we onvolmaaktheden bezingen en aanzetten met ongepolijste muziek. Zoeken naar lichtpunten, soms een sprankje hoop vinden en desolaat verdergaan als de hoop is uitgewerkt.

The Ghost And The Machine is naast een muziekproject en band ook het alter ego van gitarist en singer-songwriter Andi Lechner. Een Oostenrijker uit Wenen die een studie jazzgitaar heeft gevolgd bij Karl Ratzer. Een gitarist die met tal van jazzblazers heeft gespeeld aan beide zijden van de plas. In 2013 begint Lechner, aanvankelijk solo, aan zijn project. Al snel formeert hij een band om zich heen. Hun eerste, titelloze album verschijnt in 2016. Een in mijn ogen zeer bijzonder en aansprekend album met instrumentaal de resonatorgitaar en de rafelige zang van Lechner in de hoofdrol. Er hangt een vervreemdende waas over de songs die blues, jazz en folk in zich dragen. ‘Red Rain Tires’ volgt, zij het voller en elektrischer, als voortzetting in 2018. Het album ‘Alice In Contraland Pt.1’ uit 2021 valt mij tegen. Het mag met een aardige mate van cynisme ten opzichte van de huidige stream-muziekstromingen gemaakt zijn; mij klinkt het met regelmaat tergend in de oren. Een akoestische versie (Pt.2) kan, ondanks een rauw en rammelend geluid van alleen gitaar of banjo, niet verhullen dat enkele zanglijnen vervelend blijven.

Sorrow is uit ander hout gesneden. Met een galmende elektrische gitaar, akoestische gitaar en een getergde zang dringt ‘Strange Days’ zich langzaam naar binnen. Met een heerlijk maar opzichtig frivool loopje op de sologitaar is de start van ‘Iron Sun’ aanstekelijk. Toetsen vullen aan en met een geknepen stem zingende Lechner gaan ze samen verder op pad. Gevisualiseerd: een laag podium in de kelder van een underground muziektempeltje. Daar hoort ook ‘Fire Walker’ thuis. De Engelse tekst zou voor hetzelfde geld door een bijtend Duitstalige tekst vervangen kunnen worden op deze punkrocksong. Als Ratzner ziin gruisigheid met een donkere kalmte uitzingt, hoor je een innerlijke melancholie. In een omgeving van gitaren, een enkel oud synthgeluid en spaarzame, maar effectieve percussie is ‘Blue And Grey’ een voorzet naar het prachtige ‘Ghost Romance’. Zangeres The Zew en een zingende zaag verzorgen de backingvocals als stemmen uit een secundaire realiteit. De titelsong mag zich verheugen in een diepe melancholie. Met accordeon, fingerpickend gitaarspel en galmende sologitaar bezingt Lechner, met een resonerende brok in zijn keel, zijn/ons verdriet. Dan raast, als door een megafoon gezongen, ‘Pale Rider’ voorbij. Met ‘Light Of Love’ zijn er twaalf wezenlijk verschillende songs, van punk tot ballad, voorbijgekomen.

Dit album is een muzikale stemmings-klutser, poëtisch, somber en indringend. Onplaatsbaar als een kunstwerk in een museum voor figuratieve moderne kunst. Je zou de vraag aan Karl Ratzer: “hoe bedoel je?” wel kunnen stellen, maar het antwoord is dat je dat lekker zelf mag weten.