Tami Neilson toont met Neon Cowgirl dat doorzettingsvermogen, talent en rauwe emotie kunnen leiden tot een van haar meest indrukwekkende albums tot nu toe. De in Canada geboren, in Nieuw-Zeeland gevestigde zangeres heeft een turbulente periode achter de rug: ze overleefde een ernstige sepsis, terwijl haar broer en vaste muzikale partner Jay Neilson herstelt van een zware hersenbeschadiging.
Tegelijkertijd kende haar carrière piekmomenten: ze stond op het podium met Bob Dylan, zong met Willie Nelson en trad op in de Grand Ole Opry. Die mix van persoonlijke diepte- en hoogtepunten vormt de voedingsbodem van dit nieuwe album.
Neon Cowgirl, opgenomen in Neil Finns Roundhead Studio in Auckland, bevat 11 tracks en gastbijdragen van onder anderen Finn zelf, JD McPherson, Ashley McBryde en Grace Bowers. Toch is dit vooral Tami’s album: intens persoonlijk, soms rauw en hartverscheurend, dan weer swingend en brutaal.
De plaat opent én sluit met weelderige ballads die niet zouden misstaan in het oeuvre van Roy Orbison: Foolish Heart en One Less Heart, met prachtige strijkarrangementen van Vanessa Kelly. Maar het is Neilsons stem die het geheel draagt—minder bombastisch dan in het verleden, maar rijker aan nuance en emotionele zeggingskracht.
Niet alles is melancholie: Salvation Mountain is pure countryrock, compleet met scheurende gitaren en woestijnbeelden. Borrow My Boots klinkt uitdagend met banjo-accenten, en het door haar en Jay geschreven Love Someone ademt de soul van Stax Records. Een ander hoogtepunt is Loneliness of Love, een sobere pianoballad over ouder worden, die doet denken aan John Prine’s Hello in There.
Neon Cowgirl is geen album dat zich in een hokje laat duwen, het is veelzijdig, gedurfd en eerlijk. Meer nog dan een plaat voor haar fans, lijkt het een noodzakelijke uitlaatklep voor Tami zelf. Ze sprak eerder over haar ‘levenslange droom om Nashville te veroveren’, maar na dit album zou het weleens Nashville kunnen zijn dat achter haar aanrent.