Ga naar de inhoud

Sido Martens – .H.O.E.R.A.

Sido Martens, .H.O.E.R.A.Een stem uit het verleden? De meeste liefhebbers van Nederlandse folk zullen direct denken aan de jaren ‘70 van de vorige eeuw. Hoewel direct, het besef dat er destijds een in ons landje wereldberoemde folkgroep ‘Fungus’ heeft rondgetoerd, zal niet door iedere huidige liefhebber zijn opgepikt.

Sido Martens, een Leeuwarder muzikant geboren in 1949, is tussen 1973 en 1975 een van de leden van deze Vlaardingse folkgroep. Hij speelt gitaar, mandoline en zingt. Met een typerend stemgeluid zingt hij zacht met een timbre waar je een heel krachtig geluid bij zou kunnen verwachten. In een woord: ingetogen. Martens gaat na twee Fungusalbums, ‘Fungus’ en ‘Lief ende Leid’, solo verder en maakt in 1975 het album ‘Land en Water’. Een mix van Engelstalige en instrumentale folk- en folkrocksongs. Na de opvolger ‘Pisces’ uit 1976, gaat Martens op zoek naar een breder publiek. Wellicht dat de opkomende Nederpop hem de heilige graal leek. Zonder succes; zijn twee albums uit die periode zijn zoekend en niet overtuigend.

Tien jaar later zien we Martens terug. Op bescheiden schaal met het album ‘De Loper’. Nog een zoekertje wat mij betreft, maar wel met een aantal fraaie songs en een hang naar poëzie. Vanaf ‘De Plofklant’, een album uit 2001 met een oplage van slechts honderd exemplaren, is Martens een ware singer-songwriter van Nederlandstalige chansons, folk- en folk/jazzsongs. Martens blijft in die lijn albums maken. Vaak in bescheiden oplage, regelmatig gecombineerd met illustraties van kunstenaars of een verhalen- of gedichtenbundel van zijn hand. Zijn jeugdherinneringen spelen een grote rol in zijn geschriften en teksten.

Hoewel het er al een paar keer op leek dat Martens geen albums meer zou uitbrengen, verrast hij, zoals nu met .H.O.E.R.A., door er toch weer een uit te brengen. Een heel fraai album met een onbescheiden aantal van twintig songs. Geen vrolijke songs, beklemmend soms. “Weg van de plek waar de dader een held is”, is een zeer actueel fragment uit de openingssong ‘Kramphard’. Met veegdrum, kalme gitaarakkoorden en melancholische blazers geeft het een bijna fatalistisch tijdsbeeld. Bevestigend of wakker schuddend voor wie horen wil. ‘Blij Mens’ staat daar iets tegenover, maar dan moet je het wel uit jezelf halen. ‘(Mijn) Ideaal’ is in weerwil van de tekst weemoedig met blazer, gitaar en accordeon. ‘Pijlers’ deint met strijkers en pizzicato over het macabere beeld van de wanhopige mens. Muzikaal fantastisch, tekstueel krachtig confronterend. Op ‘Zijden Hand’ trekt een, in poëtisch vervatte beelden, leven aan je voorbij. De onderliggende gitaar speelt een rechte, fascinerende lijn onder het verhaal. De trekharmonica speelt weemoedig mee als een aanschouwer die zich laat meeslepen. Met het lange gedicht ‘Lakens’, geënt op de melodie van ‘In A White Room’ van Cream, sluit Martens het album af. Een frêle bewerking waarin Mertens de kracht van de melodie op een geheel andere, bijzonder zorgvuldige, manier gebruikt dan het origineel.

Op dit album, met medemuzikanten van grote klasse, vinden de sombertes van Martens een weg naar buiten. Niet één op één, maar als heel persoonlijke poëzie, soms geabstraheerd, soms in metaforen verpakt. De (semi)akoestische omlijsting is voornamelijk ondersteunend en versterkend. Martens is op dit album een Nederlandstalige verteller pur sang die de vinger op onze recente zere plekken legt. Een romanticus, een dichter en een kunstenaar die wat mij betreft (her)ontdekt mag worden in Nederland en Vlaanderen.