Door op allerlei plekken te struinen kom je soms ineens een album tegen dat op het eerste gezicht al iets heeft. Soms niet eens duidelijk wat, de albumhoes, het instrumentarium, de onbekendheid, de uitstraling van de muzikanten, zeg het maar. ‘Our Calling’ heeft zoiets, beluisteren dus. Daarna de laptop openklappen omdat erover schrijven niet eens een vraag is, maar de vingers blijven toch even hangen. Is dit folk, zijn er roots? Het klinkt alsof er een diepere basis schuilgaat in de songs. Aan die basis staan West-Afrikaanse- en UK-folk melodielijnen, gezongen in het Engels en gespeeld op gitaar en kora.
Piers Faccini is een Brits-Italiaanse singer-songwriter-gitarist-dichter, geboren in Londen. In 1997 richt hij met Francesca Beard de band ‘Charly Marlowe’ op, maar gaat in 2001 solo verder onder eigen naam. Neemt zo’n zeven albums op en werkt wereldwijd met meerdere muzikanten samen. Zijn muziek typeert zich door een dominantie van akoestische snaarinstrumenten en percussie. Folk, Jazz, Latin en Afrikaanse invloeden weeft hij door zijn poëtische songs, die hij met een iets hese midden-hoge sympathieke stem zingt. Ik beluister af en toe zelfs die zeldzame jazz/folk combinatie die een muzikant als Nick Drake naar voren brengt.
Van jongs af aan bespeelt Ballaké Sissoko, een Senegalese in België wonende muzikant, de kora. Een traditionele eenentwintig snarige harp (ook al zou je dat op het eerste gezicht niet zeggen) met een uit de dertiende eeuw stammende traditie. Ook Ballaké is een muzikant die de wereld aan zijn muzikale voeten heeft. Met de Senegalese groep ‘Ngaari Law’ maakt hij een 2000 een album en speelt daarnaast met tal van andere muzikanten zoals Wouter Vandenabeele en Malick Pathé Sow. Hij neemt in verschillende samenstellingen een aantal prachtige albums op met wederzijdse invloeden. Met cellist Vincent Segal bijvoorbeeld neemt hij in 2009 het werkelijk fantastische intense ‘Chamber Music’ op.
‘Our Calling’ is niet de eerste samenwerking tussen de twee (die is er al twintig jaar), maar wel het eerste volledige duo album. Je zou het album ook “de migratie van de nachtegaal” kunnen noemen. Poëtisch met die fantastisch helder klinkende oude kora. De her en der toegevoegde cello, ngoniba en guembri (beide zijn luitachtige instrumenten waar Amerikaanse muziekinstrumenten schatplichtig aan zijn) zijn verrassend van invloed. Het album begint met het heldere melodieuze ‘One Half Of A Dream’, de zanglijn heeft een heerlijke typische jazz/folk melodie waarin een flink deel van de wereld doorklinkt. Spannend is ‘I Wanted To Belong’, een avontuurlijke en verwachtingsvolle melodie. De kora heeft een ongekende vleugelslag en de gitaar de kalmte van het drijven op de wind. Met de cello heeft ‘Mournful Moon’ een extra donkere laag onder de toch al geladen melodie. Niet van hun eigen hand is ‘Ninna Nanna’ een traditioneel Italiaans slaaplied dat in mijn oren aan het begin klinkt alsof het uit het Afrikaanse komt, maar met de komst van de cello verenigt Europa zich met het Senegalese. Halverwege is het ook de cello die een tempowisseling overbrugt. Na een korte solo op gitaar, zoemen stemmen je op ‘Go Where Your Eyes’ naar een razendsnelle gitaar met een kora die zich erdoorheen weeft, het stokje overneemt om uiteindelijk samen wederom zoemend af te dalen.
De tien sferische schoonheden op dit album, die allemaal gaan over het zich bewegen waarnaartoe dan ook, liggen op dit intieme album voor het oprapen. Doen zou ik zeggen. En spreekt het aan? Struin dan eens verder in de wondere wereld van deze twee virtuoze muzikanten.