Meghan Clarisse, een singer-songwriter uit Colorado, omschrijft haar muziek als “music with country roots and cowgirl boots” — een signatuur die uitnodigt tot pure country met vleugen bluegrass en Americana. Na haar debuut Songs From the Sofa (2023) en de EP Kindred Spirits (2024) presenteert ze met Shadows of a Ghost Town haar tweede volwaardige album. De thematiek cirkelt rond sterfelijkheid, natuur en de ziel van het Amerikaanse Westen.
Vanaf de eerste maat klinkt het album warm en akoestisch. Pedal steel, fiddle, banjo, mandoline, bas, drums, hier en daar een vleugje orgel en veel gitaren: het instrumentarium is vertrouwd, zonder nadruk op vernieuwing. Wat volgt is een subtiel en coherent werkstuk met elf eigen songs, zorgvuldig opgebouwd en prettig onopgesmukt.
Bij nadere bestudering valt de hand van producer en multi-instrumentalist Don Richmond op. Zijn naam duikt in de Americana-scene al decennia op. Hij was medeoprichter van bands die ik dierbaar ben gaan vinden. Begin deze eeuw stond ik in een dance hall van een hotel in het adobestadje Taos, New Mexico, waar Hired Hands optrad — een avond met aanstekelijke country en bluegrass, gedreven dans en een sfeer van pure souplesse. Daar stond Richmond als spil van de band. Later ontving ik onverwacht twee cd’s van The Rifters — opnieuw met Richmond in een bepalende rol. Hij is inmiddels meer dan vijftig jaar actief en blijft onvermoeibaar doorwerken. Clarisse heeft geluk met zijn betrokkenheid; zijn muzikale vakmanschap tilt dit album merkbaar op.
Toch is het vooral Clarisse zelf die hier de kern raakt. Haar soepele, zachte stem en haar zorgvuldige songwriting geven het album emotionele diepte. In “The Catch That Got Away” gebruikt ze een mooie beeldspraak om verlies tastbaar te maken: “Now it’s too late, time won’t wait… I guess that’s life, the way it goes, throw the line and watch it go… I couldn’t make you stay, the catch that got away.” Het is typerend voor haar stijl: eenvoudig, raak en zonder theatrale overdaad.