Ga naar de inhoud

Màiri Morrison, Alasdair Roberts en Pete Johnston, Remembered in Exile (Songs and Ballads from Nova Scotia

Helen Creighton (1899-1989) is een Canadese folklorist. Ze verzamelde duizenden folksongs uit alle windstreken. In haar geboorteprovincie Nova Scotia verzamelt ze Seasongs en Ballads die zijn meegekomen met Schotse kolonisten en vaak in het Gaelic gezongen. Een onuitputtelijke bron voor de drie muzikanten om mee aan het werk te gaan en een schitterend folkalbum te maken. Màiri Morrison is een heel veel kunner. Actrice, toneelschrijver, stemactrice, zangeres en ze spreekt Gaelic. Geboren op het Schotse eiland Lewis is ze zich (in haar volwassen leven) gaan realiseren hoe rijk de taal en cultuur van haar geboortestreek is. Talloze liederen komen uit het dorp Bragar waar ook veel zangers en vertellers vandaan komen. De inwoners leefden en leven ervoor. Alasdair Roberts is de Schotse alleskunner op het gebied van Schotse en Ierse folkmusic. Zanger en multi-instrumentalist. Met ruim twintig album- en EP titels is hij een bevlogen grootheid. Van experimentele tot klassieke interpretaties en van soloprojecten tot een keur aan samenwerkingsverbanden, hij draagt ‘zijn’ muziek op handen.

Morrison en Roberts hebben al eerder een album gemaakt samen. ‘Urstan’ uit 2012 met in het Schots-Gaelic gezongen folksongs. Bassist en arrangeur Pete Johnston uit Nova Scotia nodigt ze in 2023 uit om mee te werken aan door Helen Creighton verzamelde Nova Scotia songs. De cirkel is rond en het album komt tot stand. Deels in het Gaelic gezongen en op een subtiele manier gearrangeerd met folkrock randjes, een sfeerversterkende blazer en een naar voren tredende bas. Het album vertelt daarmee zowel de oude verhalen als de muzikale kijk van het trio op folkmusic

Het Gaelic is geen makkelijke, maar wel een welluidende taal. ‘Màiri Nighean Dòmhaill’ klinkt prachtig en zelfs de voornamelijk Engelstalige Roberts kan het meezingen. Met viool, bas en slagwerk zijn het de accent versterkende blazers die voor een verrassing zorgen. ‘The Bonny House Of Airlie’ begint met een dominante bas en elektrische gitaar. Roberts zingt met zijn kenmerkende hoge iets aarzelende stem. De song doet denken aan de folkrock van Steeleye Span uit de jaren 70,’ maar heeft met een vol instrumentarium, kleine atonale en hoekig gestreken viool een zeer eigen geluid. Een heerlijk spannende uitvoering. Elke song heeft een ogenschijnlijke kleine, maar sfeerbepalende invalshoek die de toonzetting van de folkmusic op een eigenwijze basis zet. Op ‘Druimfhionn Donn’ is dat de viool die weliswaar meespeelt, maar ook een tegengeluid laat horen met in de verte enkele elektrische gitaartonen. De melancholische drone op harmonium en de beangstigde atonale gitaar maken dat je een gevoel van beklemming niet kunt negeren.

Màiri’s zuivere folktonen en Roberts prachtige gemankeerde stem verschillen zo mooi van elkaar dat ze samen het oude leven nieuw leven inblazen met bassist Pete die “stilletjes” een sturende rol speelt. Hij laat horen hoe de bas niet alleen dragend, maar ook volledig meespelend kan zijn. Hoor ik op dit moment het gelaagde ‘Peggy Gordon’ voorbijkomen dan word ik nog eens gesterkt in mijn opvatting dat dit een geweldig Gaelic-folkalbum is. Luisteren!