Ga naar de inhoud

Kathryn Williams, Mystery Park

Kathryn Williams, Mystery ParkAls de namen Bert Jansch, Nick Drake en John Martyn ergens verschijnen, dan veer ik meteen op. De naam Kathryn Williams verschijnt en ik leg niet gelijk de link, maar niet veel later blijkt zij toch de vrouw die hun muziek heeft beluisterd, zelfs met Jansch en Martyn heeft gewerkt op haar album ‘Leave To Remain’ uit 2006.

Eerlijk gezegd is haar muziek weleens langsgekomen, maar kennelijk niet op een manier die is blijven hangen. Onterecht? Ja en nee. Nee, want eind jaren 90 keek ik net een andere kant op en zag ik geen in Liverpool geboren Kathryn Williams. Ja, omdat de singer-songwriter, schrijver en dichter, met een indrukwekkend oeuvre van vijftien albums en talloze samenwerkingsverbanden met muzikanten en singer-songwriters hoogstaande muziek maakt. Het unieke aan Williams is dat je bij het luisteren naar haar muziek op geen enkele manier het gevoel krijgt dat je het herkent. Dat is een beetje vervreemdend, maar bij Britse muzikanten gebeurt het vaker. Onder de noemer folk-jazz zijn mijn eerdergenoemde artiesten wel te duiden, maar niet te vangen. Het grote voordeel is dat je onbevangen kunt luisteren. Onbevangen naar haar kleine, milde stemgeluid. Bedrieglijk lieflijk soms, maar doortastend als ze haar teksten omgeeft met zware arrangementen, diepe bassen, grootse koren, raspende gitaren of louter met haar akoestische gitaar en fijn klinkende violen.

Haar debuutalbum ‘Dog Leap Stairs’ uit 1999 ademt direct al die ongrijpbaarheid. Die jazzy-folk, nog onversierd en ijzerzacht in het gehoor liggend. Accenten heeft Williams zeker gelegd. ‘Resonator’ uit 2016 met Anthony Kerr is een jazzalbum en het genre doorbrekende ‘Playing Out: Songs For Children & Robots’ met punkbandlid Anna Spencer onder de naam ‘The Crayonettes’ is een kinderalbum.

In het ‘Mystery Park’ staan elf sterk persoonlijke songs. Op de hoes staan, door Williams geschilderde, symbolen die naar de songs verwijzen. Het echte park is geschonken aan de stad en Williams vader vertelt er graag over aan nieuwe bewoners. Haar vader, wiens verhalen op mysterieuze wijze verdwenen in zijn dementerende geest. Zij zingt er met gitaar, piano, contrabas en bescheiden open percussie prachtig over in ‘This Mystery’. ‘Throughts Of My Own’ opent het album. Over de fingerpicking-gitaar dalen glitters naar beneden. Als zij zijn uitgedwarreld gaat de song melancholisch overpeinzend verder met kleine muzikale versieringen als illustraties. Daar waar ‘Gossamer Wings’ van een kleine song ragfijn uitwaaiert naar een breder georkestreerde song, blijft ‘Tender’ klein en akoestisch om de vraag hoe ze zo overweldigd wordt door- en gevoelig is voor al de gebeurtenissen om zich heen, op een rustige manier te beschouwen. Je verwacht dat er iets gebeurt als ‘Personal Paradise’ bescheiden begint met hoge tokkeltonen. De zich herhalende akkoorden verraden al een opbouw naar een hogere spanning. De fases in de opbouw zijn ongekend verrassend, zowel qua backingvocals als instrumentaal. Met Velvet-Undergroundachtig gitaarwerk als ultieme uitlaatklep. Wat je dan aan moet met een jazzy middle of the road song is even de vraag, maar ik moet er wel om glimlachen. ‘Servant of The Flame’ met een heerlijke cello, fingerpicking, ijl klokkenspel en synth is voor haar jongste zoon. Ze kijkt naar hem en geeft haar onvoorwaardelijke belofte er altijd voor hem te zijn. Het is de laatste song van het album.

Ik merk dat het album veel meer doet dan ik aanvankelijk verwachtte. Mijn onbewuste zoektocht naar (makkelijke) herkenning is gestrand in een op zichzelf staande hoogachting voor Kathryn Williams.