Dit zou makkelijk een verkorte biografie van dertig A4tjes kunnen worden. Dus wat doe je bij het schrijven van een review over zijn nieuwe album. Het album zelf voor het voetlicht brengen natuurlijk maar dat is te beperkt omdat hij een historie achter zich aan sleept die van grote betekenis is geweest voor de combinatie blues, jazz en popmuziek.
Eric Clapton, Mick Taylor, de halve Fleedwood Mac bezetting, Aynsley Dunbar, het is het begin van de bekende rij mensen die onder de vleugels van Mayall zijn uitgegroeid tot doorgewinterde, soms fenomenale, muzikanten. Dat is één van de grote verdiensten van de man. Een andere verdienste is het feit dat hij zowel Blues, Jazz als de klassieke Rhythm & Blues heeft benut en daarmee een vrij onmiskenbaar geluid heeft gecreëerd. Als ik dit zo schrijf dan spat het enthousiasme er nog niet vanaf. De feiten hebben dan ook lang niet altijd geresulteerd in rake albums. Hoewel!
Met twee legendarische “Bluesbreaker” albums met Eric Clapton uit ’66 en met Peter Green uit ’67, zette Mayall de Britse blues op de kaart. Na het fraaie “Crusade” met blazers in een cruciale rol en “Blues Alone” met enkele pakkende songs, volgden er in ’68 twee albums die een brug geslagen hebben tussen verschillende muziekstromingen uit die tijd. “Blues From Laurel Canyon” en “Bare Wires”. Ze stonden gebroederlijk naast Frank Zappa, Soft Machine, Pink Floyd, Muddy Waters, Neil Young en Bob Dylan in mijn platenkast en zijn maar af en toe van de draaitafel af geweest. Psychedelische bluessongs naast intense multi-instrumentale blues en bluesballads.
Het fenomeen “Nachtconcert” tierde welig in die tijd. Als het klassieke publiek de grote zaal van “De Doelen” in Rotterdam had verlaten stroomde de zaal vol met jonger publiek dat zich afvroeg waarom er stoelen in de zaal stonden. John Mayall stond er regelmatig met “The Bluesbreakers”. Pakkende concerten en een publiek dat muisstil schots en scheef op de grond en de stoelen lag/zat en alleen bewoog als de muziek te onweerstaanbaar was. Vanaf halverwege de jaren ‘70 ben ik Mayall en zijn vele volgende albums uit het oog verloren. Hij was een opmaat voor mijn steeds verruimende interesse in muziek.
2015, John Mayall is de 80 ruim gepasseerd. De kleine zaal van de Oosterpoort in Groningen. Mayall in een vrolijk blauw gemêleerd shirt, met een band die staat als een huis en Mick Taylor die ogenschijnlijk en passant een paar nummers meespeelt. Het was een leuk weerzien. Mayall in opperbeste stemming achter de toetsen, genietend van zijn band en van het aloude publiek. Mayall is niet los te zien van zijn enorm lange carrière. Verwacht geen vernieuwing, hij heeft alles wat hij wilde al gedaan maar is in de herhaling ronduit aangenaam om naar te luisteren.
Op “The Sun Is Shining Down” is dat zeker ook zo. Gedragen door een hele meute muzikanten van naam: Mike Campbell, Marcus King, Buddy Miller, Scarlet Rivera, Melvin Taylor, Jake Shimabukuro, Carolyn Wonderland en zijn oude ritmesectie, is het een album geworden dat ronduit stevig in elkaar zit. Alle Mayall elementen zitten erin. Gewoon lekkere songs die om beurten door bovenstaande muzikanten voor hun rekening zijn genomen. Uptempo funk-blues-jazz in een volledige bezetting van toetsen, blazers, solo-, slag- en basgitaar, mondharmonica en slagwerk maar ook de ballad ontbreekt allerminst. Mayall met een wat teruggelopen pruttelende stem. Zijn typerende neusklank wat afgevlakt maar het zanggenot spat er af. Een paar uitschieters zijn er zeker. “Got To Find A Better Way” heeft naast een viool een fijn “Doors” ondertoontje. Het album is niet voor niets opgenomen in de studio van Robby Krieger. “One Special Lady” klinkt als een trein door een zonnig groen heuvellandschap. Fijn slepend is de cover “A Quitter Never Wins”, mooie mondharmonica en heerlijk orgeltje. Tien songs rondom de Brit uit de VS. Mayall die zich het beste thuis voelt tussen “zijn kinderen” c.q. zijn muzikanten, altijd minstens een halve generatie ouder dan zij. Eens de kartrekker en nu muzikaal verzorgt, genietend van een zeer actieve oudere dag. 88 inmiddels en niet uitgespeelt.