Ga naar de inhoud

Joan Shelley, Real Warmth

Door het woud van in 2025 uitgekomen albums prikkend, hoor ik 45 seconden ‘Here In The High And Low’. Direct terug naar het begin en de hele song een keer of vier achter elkaar beluisterd. Wat een heerlijkheid, wat een flashback, hoewel volkomen nieuw. Nee, niet het hele album, maar er komt wel iets heel erg fraai’s achteraan.

Het album ‘Real Warmth’ is het tiende soloalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelly (1985). Ze woont met echtgenoot meestergitarist en musicoloog Nathan Salsburg en dochtertje aan het meer van Michigan. De albums van Salsburg zijn overigens ook uitermate de moeite waard, een waaier van old-school fingerpicking tot samenwerking met mensen als Bonnie ‘Prince’ Billy. Zijn bijdragen aan de albums van Shelley zijn overigens ook niet gering, maar wel volledig ten dienste van.

Shelley is een zangeres met een warme, zuivere, milde stem die een betoverende werking heeft op de toehoorders. Samen met de unieke stemmen van Sandy Denny, June Tabor en een teletijdmachine zou er een trio op onze wereld hebben bestaan die haar weerga niet kent, om maar eens een punt te maken. Britse en Amerikaanse folk, zoals die in de zestiger en zeventiger jaren rijkelijk vloeide, zijn twee onderliggende kenmerken van Shelleys muziek. Niet in de zin van teruggrijpen, maar in de zin van bezigen. De toonzetting en de verhaallijnen omarmen je.

Op de opener ‘Here In The High And Low’ zijn alle elementen die haar muziek typeren aanwezig. Een verrukkelijke melodie en een elektrische gitaar die samen met drums en basgitaar zo uit het ‘hippe’ folk-Engeland van destijds had kunnen komen. Een song met de kracht van het zachtaardige en niet het groteske. Het groteske zijn de ruïnes van de toekomst, het zachtaardige is een blijvende kracht. Hoe heerlijk is het om in ‘On The Gold And Silver’ tussen de zon en de maan te leven. Zachte saxtonen verbeelden de mens en de toetstonen zijn de plaatsen waar je kunt schuilen. Zo gaat er toch ook een kleine dreiging van de tekst uit, die zich op ‘Field Guide To Wild Live’ vertaalt in de kwetsbaarheid van het kind op deze wereld.

Een zware basedrum onder de melancholieke, maar ook krachtige melodie. Een pareltje is ‘Wooden Boat’. Met de akoestische gitaar cirkelt het water als een vloeibare edelsteen om de boot die op een kalme, maar doortastende, manier weer en wind doorstaat om een veilige plek voor de winter te vinden. En zo glijden we met de pedalsteel van de ‘Wooden Boat’ stilaan naar het meer Amerikaans folkgeluid van ‘For When You Can’t Sleep’. De weidsheid van de zee lijkt je reddeloos te maken, maar met de kust in zicht ben je gered door de liefde: “En de liefde, dat ben ik”, zingt de kust. ‘Heaven Knows’ is een duet met Doug Paisley. Een fantastisch samengaan van synth en akoestische gitaar. Zij verbeelden op een heel pakkende manier de tekst van de song. Een citaat van Shelley zegt heel veel over de song: “Als je een gevoelig, zacht, sensueel, vriendelijk, warm en liefdevol persoon wilt zijn, zul je door deze wereld in stukken worden versplinterd. Je zult het lijden zien. Je zult bang zijn voor de dood. Dat gevoel, dat overkomt iedereen. Maar we zijn niet alleen en dat is onze troost.”

Dertien songs waar ik over moet zeggen dat de één nog schoner is dan de ander. Een overrompelende schoonheid, vol kleine eenvoudige verbeeldende poëtische teksten, als gouden troostrijke appeltjes aan de takken van de folkboom. Zo in evenwicht dat het een warmte afgeeft waar je je wel in moet koesteren.