Nu nog luister ik naar het debuutalbum ‘Tuule Sõnad’ (2019) van Duo Ruut. Twee helder-warme stemmen, één instrument met tweeënveertig snaren, samen een betovering. Straks luisteren naar hun nieuwe album ‘Ilmateade’. Ik zweef nog even door op de Estse taal. Onverstaanbaar begrijpelijk in al haar schoonheid.
Twee Estse zangeressen-muzikanten, Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi, met hun instrument, de kannel ofwel de Estse citer, traditionele Baltische Finse runozang en de kunst van het songschrijven. Dat zijn de ingrediënten waarmee ze hun muziek maken. De runozang is een duizenden jaren oude manier van verhalen vertellen. Poëtisch, rijmend en melodieus. De concertkannel waar Duo Ruut op speelt, is een Estse variant van de Finse, die een geringer aantal stemmingen kent. Ann en Katariina bespelen samen één kannel en staan aan weerskanten ervan. Door te strijken, te slaan, te plukken en te dempen toveren ze met klanken. Heel sfeervolle klanken, die zich goed lenen voor zowel repeterende tonen als lichtvoetige, heldere melodieën. Zacht of vol volume, Duo Ruut haalt alles naar boven op dit oude instrument en zingt vanaf 2015 hun liederen helder en betoverend.
‘Ilmateade’ (weerbericht) is hun tweede album. Een korte, krachtige titel, maar ook geladen doordat het weer altijd aan onverwachte veranderingen onderhevig is. De twaalf songs van het album hebben, ik citeer, allemaal een relatie met het weer. Ik geloof het graag, maar ga me niet verder aan vertalingen wagen. Dat lijkt me de poëzie niet ten goede te komen. Al direct bij het ‘Intro’ blijkt dat de taalklank van het Ests voor zich spreekt. Het ligt fraai in het gehoor, al is het nog niet uitgesproken. Het ‘Intro’ is als een echo in het vooruit. ‘Udu’ is het eerste lied waarin het Ests ten volle tot ons komt. Het komt op mij over als een taal die zich erg mooi leent voor een uitgesponnen poëtische uitspraak. De grondmelodie van ‘Udu’ bestaat uit een aantal weerkerende akkoorden. Daaroverheen licht de kannel soms helder op met een forse streel over de snaren. Bastonen diepen het lied verder uit en de zanglijn ligt op momenten tegen het atonale aan. Op ‘Vastlalau’ bromt een mannelijke basstem stukjes mee met de zang van Duo Ruut. Een tempoversnelling en een andere, hogere mannelijke stem voegt zich bij het zingende trio; er ontstaat een mengeling van zanglijnen. Een melancholieke en een vrolijke staccatolijn. De heren zijn het duo Puuluup. Een band die folk, rock, punk en rap met oude instrumenten en synths combineert. Op ‘Interlude’ speelt Erki Pärnoja mee. Met elektrische gitaar, ruimtelijke tonen en woordeloze zang is de song als een mysterieuze mistflard. Op ‘Enne ööd’ lijkt Duo Ruut ons kalm zingend te introduceren in het verhaal dat de zanger van muziekproject Eik 2509 gaat vertellen. Het is heel fraai om te horen dat de vier gastmuzikanten volledig ten dienste staan van de songs.
Samen staan ze aan de kannel, ruimtelijke en hypnotiserende gespeelde en geneuriede klanken omgeven je op ‘Saja Lase’. Na het sprookjesachtige ‘Vilud Ilmad’ is dat een andere, maar ook een net zo oude wereld die we verlaten met het vloeiende ‘Outro’, waar de stemmen op een drone van de kannel als wolken de wereld verlaten. Hoe mooi zuiver zijn hun stemmen, hoe bedwelmend is hun taal, hoe veelzijdig spelen ze met de mogelijkheden van de kannel. De muziek van Duo Ruut had lang geleden gemaakt kunnen zijn, maar alleen door Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi. En die zijn absoluut van deze tijd. Een droomalbum, veranderlijk als het weer, en dat is dan weer erg fraai.