Vlammende albums, ongemakkelijk en beeldend, tegendraads en overstuurd, bonkend creatief en mono. Duffhues is verteller van bizarre verhalen die passen in een semi realistische fantasiewereld, althans in de donkerste scenario’s. Eigenlijk zijn superlatieven overbodig, want hij zegt genoeg donkers. Waarom? Het vinden van een antwoord daarop is als het zoeken naar een speld in de eigen stemming.
Het willen luisteren naar de muziek van Duffhues is inderdaad sterk afhankelijk van je eigen stemming. De gebeurtenissen in de wereld geven veel stof tot vluchtgedrag en afdalen in de donkere krochten van de ziel is vooral “fijn” als de wereld al te rooskleurig wordt afgeschilderd. De decadentie van “Velvet underground” bijvoorbeeld was een fraaie ellendige tegenhanger van de toenmalige gevestigde orde en is nog steeds indringend. Duffhues lijkt zijn muziek en verhalen als een kunstvorm te koesteren en dat luistert als dwars door goede en slechte tijden heen als een gegeven.
Los dus van de huidige context is dit elfde album van Niels Duffhues, de uit Oss stammende multi-artiest (zie eerdere reviews) als een fraai hoofdstuk uit een spookachtige roman, een aflevering uit een filmhuisserie. Naar eigen zeggen voelt hij zich niet louter muzikant, hoewel muziek wel een rode draad vormt in zijn creatieve loopbaan als auteur, performer en multimedia-artiest. De zorgvuldigheid waarmee “It Has No Face” gemaakt is doet mij deugd. Het rammelende repertoire is met, door hemzelf opgebouwde, vaardigheid gespeeld. Vroegere albums kwamen voort uit een sterk antigeluid. Uit de eigen misvormde creaties sprak de boosheid van een eerdere generatie.
‘Theatre Off Grid’, de eerste song van het album, brengt een verhaal over identiteitsloze afschrikwekkende drijfveren met een paar fraaie snaarakkoorden en backingvocal naar voren. Had muzikaal gerust een veel langer verhaal mogen zijn, maar de tekst is een mooi afgerond gedicht. De donkere verhalende zingzegstem van Duffhues blijkt wederom een gezegend instrument voor zijn creaties. De slangenbeet op ‘Snakebitten’ is met nogal wat blood in de tekst een spuwende rauwe song. In ’14 (All Humans Are Crazy’) hebben de zwarte katten de wijsheid over de mens in pacht. Met een bonkende stompbox, gitaar en bouzouki. De langzame melodie van ‘Many Lights’ onderstreept de stem van de man die weemoedig verteld over een mogelijk sprankje hoop, alsof de toekomst al geweest is. Dan is de ongepolijste atonale blues van ‘Cat in Box’ een aanklacht van kattenliefhebber Niels Duffhues. De kat als exponent van alles wat leeft. Afsluiten met ‘Dark Powers’, de elfde song van het album is zo gek nog niet. Er zal nog veel, heel veel bloed vloeien op onze, door de mens gedomineerde, aarde.
Duffhues heeft met zijn songs de tijd mee, zo verwoord hij zijn bezigheden. Cynisch? Zeker en ik hoop dat zijn songs niet alleen een kunstvorm zijn, maar ook een regelrechte, ongenuanceerde en indringend uitgevoerde aanklacht tegen al het vergieten door de dolgedraaide mensheid. Dan luister ik daarnaast ook graag naar het gemiauw van mijn eigen kat die naast me komt zitten in de deuropening van mijn tijdelijke huis midden in een verlaten vredelievend duingebied.