Ga naar de inhoud

Cina & The Fireflites, Good Ol’ Music

Cina & The Fireflites, Good Ol’ MusicAls getroffen door een kleine bliksemschicht zat ik met de hoes van het album ‘Good Ol’ Music’ van ‘Cina & The Fireflites’ (nee, geen Fireflies) in mijn handen. Even checken, en ja, ik had het album toch echt mijn kant op laten komen. Begrijp me niet verkeerd, maar het is niet direct het genre om mij terug te voeren naar vroegere tijden. Simpelweg omdat deze tijd zich net voor mijn eigen vroegere tijd afspeelde.

Cina Samuelson is een countryzangeres uit Zweden met verbazingwekkend weinig ruchtbaarheid. Geboren in wellicht de verkeerde tijd, met een stem die volledig in de wieg gelegd is voor country, crossover country, rockabilly en western swing uit de jaren ’50 en ’60. In ieder geval verkeert ze in een Zweedse countrybubbel waar ze een bekende figuur is. Begin jaren ‘80 richt ze met haar broer en pedaalsteelspeler Berra Karlson de countrygroep ‘Freetown Highway’ op en begint ze ook haar eigen songs te schrijven. Een groep “broekies” die kozen voor een toen niet erg in de belangstelling staand genre. Ze blijft na het stoppen van ‘Freetown Highway’ in ’95 de country trouw, zingt met verschillende bands en gaat in 2000 optreden onder haar eigen naam. Ze heeft een eigen label moeten oprichten om haar onvervalste countrygeluid op een album kwijt te kunnen. Zo’n vijf albums met een mix van covers en meer en meer eigen songs later is ‘Good Ol’ Music’ een feit. Het is een uitstapje naar een wat breder geluid uit de tijd waarin ook ‘haar country’ zich afspeelt. Een strakke band met een retrogeluid en een mix van twaalf covers van muzikanten als Mel Tillis, Webb Pierce, Wayne Walker, Douglas Tubb, Willie Nelson, Bob Morris, Charlie Rich, Don Gibson, Pee Wee King, Yvonne Devany, Alex Zanetis, Redd Steward, Bob Morris, Chilton Price, Grady Martin, Jimmy Rogers Stone, Kent Westberry. Ik noem ze allemaal, want wellicht veert er iemand op bij deze namen en gaat luisteren.

‘What ‘Cha Doin’ To Me’ rock-‘n-roll waarbij een slobberpak en een vetkuif zeker niet misstaan. ‘Three Days’ country-rock-‘n-roll uit een tijd dat Willie Nelson nog soepel in de heupen was. In zwart-wit slijpen op ‘You Belong To Me’ zal beslist geen straf geweest zijn. ‘Snap Your Fingers’ is rockabilly, dus is het ook lekker van de partij. ‘Right Behind You Baby’ vind ik zelf een van de lekkerste songs op dit album. Rock and roll los uit de bol (moet mijn tekst toch een beetje in stijl houden). ‘Gif Myself A Party’ is een verhaal in een langzamer rock-‘n-roll-tempo. ‘Be Glad’ raakt aan de western swing, denk ik. De stijlen hebben flink wat overlap, maar ademen allemaal de romantiek van toen. De romantiek van muziek van een generatie voor mij, waarvan de meesten er niet meer over kunnen vertellen. Hun verhalen staan mij zeker voor de geest en toen ik onlangs in de periferie van het ‘Rock and Roll Street Festival’ in Midsland rondbanjerde, zag ik dat ze nog steeds leven onder muzikanten en een nieuwe schare liefhebbers zijn die zich intiem en acrobatisch uitleven in de dansen uit die tijd.

Ja, ik weet weer waarom ik over dit album wilde schrijven. Het kijkt terug op een tijd waarin jonge mensen zich konden overgeven aan iets dat de volwassen wereld niet bepaald omarmde. Ook nog buitengewoon goed uitgevoerd. Wat wil je nog meer als je dit wilt?