Benjamin Tod levert met Vengeance and Grace een fascinerend tweeluik af, waarin de frontman van de Lost Dog Street Band zijn Americana-idioom tot op het bot stript. Waar voorganger Shooting Star nog een gulle reis was door alle facetten van de Nashville-country, kiest Tod hier voor een even gedurfd als geslaagd concept: tien nummers die op de eerste helft met band glanzen, keren in de tweede helft terug in hun naakte, akoestische oervorm.
In de eerste akte ligt de nadruk op een rasechte country-invulling. De viool en de pedal steel eisen een glansrol op, subtiel gedragen door orgel, bas, drums en treffende achtergrondzang. De variatie is groot. Het vlotte ‘Goner’ swingt, terwijl ballads als ‘Closing the Door’ en het melancholische, in weemoed gedoopte ‘In My Pride’ diep snijden. In het walsende ‘I Ain’t Bound’ en de onvervalste countryjerker ‘The Bottle’s Gone’ overtuigt Tod met zijn licht gruizige stem, gezegend met die onmisbare, authentieke snik.
Halverwege kantelt het album. Tod blijft alleen achter met zijn gitaar. De songs transformeren van gelaagde studio-arrangementen naar de intieme setting van een soloconcert. Het contrast is adembenemend. ‘Goner’ vertraagt tot een subtiele, breekbare ballade en de eenzaamheid in ‘The Bottle’s Gone’ roept plotseling de rauwe smart op van countrylegende George Jones. Vengeance and Grace is een indringende conceptplaat met twee gezichten, die de luisteraar dwingt om opnieuw te leren luisteren. (Anti-Corp Records)
