Ga naar de inhoud

Annick Odom & Linen Of Words

Annick Odom & Linen Of WordsNa uitgebreid onderzoek ben ik opgehouden nog iets te snappen van de veelheid aan projecten waar Annick Odom zich mee bezighoudt. Laat ik het zo zeggen; je kan met haar musiceren en haar vragen een festival te organiseren en alles wat daar denkbaar tussenin zit.

Annick Odom is een, en nu citeer ik om het niet nodeloos ingewikkeld te maken; “Belgisch-Amerikaanse componiste, multi-instrumentaliste, folkzangeres, improvisatrice, ‘crankie’ (rolverhaal)-maakster, verhalenvertelster en square dance-caller. Met haar suggestieve mix van Appalachen-tradities, hedendaagse composities en verhalende performance, slaat haar werk een brug tussen oud en nieuw door veldopnames, originele liedjes en gebeurtenissen uit het dagelijkse leven samen te weven tot iets geheel eigens”.

Odom werkt met meerdere groepen in verschillende landen en heeft meerdere projecten lopen. Een aantal jaren geleden heb ik al eens een review geschreven over de ep ‘Rise Early’ van haar project ‘Sweet Joe Pye’. Mijn uitgesproken wens om meer van haar te horen is met ‘Linen Of Words’ helemaal uitgekomen. Linen Of Words is samen met twintig jazz-, klassieke en folkmuzikanten gemaakt. Op een zeer intrigerende manier vertelt Odom met haar aangeboren folkstem verhalen. De bewerkte keltische muziek uit de thuislanden van de eerste landverhuizers naar de Appalachen en de eigen composities zorgen voor een album met een ongekende sfeer. Het experiment schuwt Odom zeker niet. Ze is een kunstenaar in het maken van tonen en het gebruik van instrumenten op momenten waarop je ze niet direct verwacht. De contrabas, waar ze ook regelmatig solo mee optreedt, als prominent instrument is van een schurende schoonheid op de met soundscapes omlijste song ‘Dolly It’s Fine’. Dan duikt er met ‘Granny, Will Your Dog Bite’ ineens een handjeklapliedje op. Een muzikale schoonheid is ‘Amity And Lone Pine’. Haar pakkende zanglijn, vastgehouden door de gestreken bas en elektrische gitaar, heeft de melancholie van eenzaamheid. Atonale percussie ritselt om de song en versterkt de spanning die uit het verhaal spreekt. In het ruim negen minuten durende ‘Bow And Balance’ (een oud, macaber kinderliedje) komt, in de bewerking van Odom, een wereld aan muzikale invloeden voorbij. Wat begint als een folkliedje, krijgt plotseling een bluegrasstempo om u tegen te zeggen. Met een overval door de klarinet kijkt klezmer om de hoek waarop het experiment genadeloos toeslaat als de zus in het verhaal, door toedoen van haar jaloerse zus, aan het verdrinken is. Ter nagedachtenis komt het hele regiment aan musici voorbij om op gedragen wijze de song te beëindigen. De mini-opera ‘Taking Elevators’ is niet alleen om het bizarre verhaal, maar zeker door de veelzijdige muzikale benadering indrukwekkend. ‘Bingham Bailey’ is een van de folkjuwelen uit het keltische. In de bewerking van Odom voorzien van een, haar typerende, losse en vrije jas. Een alternatief kamerorkestwaardige, uitzwaaier.

Een album als dit verlaat zich op de luisteraar. Fantastisch dat er muzikanten als Odom zijn die op hun muzikale pad de traditie naar hun hand zetten. Verhalen blijven vertellen en, zeker zo belangrijk, blijven maken. Odom slingert traditie in het rond en plant overal zaadjes van vrije muzikaliteit. Ik geniet hier enorm van en laat mij nog een keer meeslepen door het aangrijpende ‘Hello Bill’.

Uitgegeven in eigen beheer op cd en download. Verkrijgbaar op Bandcamp.