Twee dagen geleden heb ik een review geschreven over een album van twee broers en een zoon, die terugkeren naar een stuk land dat al zeven generaties in het bezit is van hun familie. Het album gaat over dat land en zijn tweehonderd jaar oude familiehistorie. Nu ligt er een album dat 375 miljoen jaar geleden begon, toen banjospeler Benny Bleu een fossiel in zijn achtertuin vond en zich afvroeg hoe onze tijd er over 375 miljoen jaar uit zou zien. Historie is een zeer rekbaar begrip, maar oldschool music is van alle tijden.
Benny Bleu woont in New York en is een niet meer praktiserende milieugeoloog, want het banjospelen en er les in geven hebben zijn hart veroverd. Van zijn vijf fraaie albums tot nu toe, die vooral draaien om wat de banjo zoal vermag, springt ‘Banjo Meditations’ uit 2024 er flink uit. Een schitterend album met vijf lang uitgesponnen stukken waarvan naast folk ook jazzinvloeden een rol spelen, met percussie, contrabas en gitaar.
Aan ‘When I Am A Fossil’ heeft Bleu tien jaar gewerkt. Een lange weg om tot tien covers, songs en instrumentals te komen die allemaal te maken hebben met het huidige tijdperk waarin de mens een enorme impact op moeder aarde heeft. “Ooit was ik milieugeoloog,” vertelt Bleu. “Als dat beelden van bergen en meren oproept, denk dan eerder aan benzinestations en fabrieken. Ik was getuige van de overblijfselen van de menselijke vooruitgang.” Welke fossielen zal een onderzoeker over miljoenen jaren van ons aantreffen?” Daar gaat de titelsong over. In een vrij vrolijke folkjas gestoken met een lichte jazzy ondertoon. Ja, Benny Bleu speelt dit album met een band, viool, contrabas, drums, akoestische gitaar, elektrische gitaar, backingvocals en zijn eigen bescheiden, helder-warme stemgeluid. ‘Fairy Shrimp’ is een fraaie instrumental. Slagwerk zorgt voor een frêle spanning. De banjo wordt mooi opgevangen door de elektrische gitaar met een tipje Latin jazz. Heerlijk deinend en met hoorbaar plezier gespeeld. Het album is in vier dagen live opgenomen en dat werpt hoorbare, op elkaar ingespeelde, vruchten af. Van een heerlijk jazzgehalte is ook de legendarische instrumental ‘Mercy, Mercy, Mercy’. Is het de mens die roept of is het Moeder Aarde die smeekt? ‘All I Want To Be’ is met een fraaie folkpopmelodie een song ter overweging en misschien toch ook met de conclusie dat het goed is zo, dat genoeg, genoeg is. In ‘March of the Mollusk’ krijg ik het beeld van een discrepantie tussen iets angstaanjagends en geruststellends. Iets van rustig doorgaan in een hectische tijd. De banjo en de viool zijn vooral samen aan het creëren, zich aan elkaar aan het optrekken als in een spontane improvisatie waar bas en drums een vloertje leggen om dat mogelijk te maken. Ola en David Reed hebben het geschreven, maar in de context van dit album heeft ‘I’ve Endured’ welhaast een nog bredere betekenis. Hoe lang houdt de mens het uit op de in rook opgaande wereld? Een eeuwig actuele folksong die naar mijn idee zelfs als fossiel nog een levend bewijs is van “des mensen leed en kracht”.
Ik denk nog na over dit album en voel eigenlijk een zekere triestheid. Niet door dit album, maar om dit album, want in de gigantische stroom muziek gaat er veel waardevols ongemerkt voorbij. Als ik langer nadenk, dan voel ik hoe fantastisch het is dat veel mensen met ziel en zaligheid mooie dingen maken, want al vergaat morgen de wereld, dan is dit album vandaag nog springlevend en dat komt door dit album. Wordt uitgebracht in eigen beheer. Komt in ieder geval uit op Bandcamp (LP, CD, download).