Ga naar de inhoud

Poor Creature, All Smiles Tonight

Je bandnaam eer aan doen? Welnee, gewoon muziek maken en samenwerken met medemuzikanten. ‘Poor Creature’ komt als band misschien helemaal nooit meer terug of ineens weer wel. De bandleden zijn muzikanten die ook spelen in ‘Lankum’ en ‘Landless’. De band ØNX is ook zo’n formatie muzikanten. Overeenkomsten? Jazeker, Iers, traditie, folk, ontsporing, drones, experiment. Het gaat goed met de vrije interpretatie van wat was, is, en in vele vormen voort zal leven.

Poor Creature is in de coronatijd ontstaan. In de huiskamer vol instrumenten zijn Ruth Clinton (één van de zangeressen van Landless) en Cormac MacDiarmada, (zang, gitaar, fiddle, altviool, dulcimer, banjo en concertina speler bij Lankum) gaan experimenteren. John Dermody (o.a. live-drummer bij Lankum) heeft zich later bij de band gevoegd. Online optredens gingen over in een liveoptreden, een benefietconcert voor een heupoperatie van de hond van een vriend. En zo ontstaat er vanzelf een band. Een band die gebruik maakt van wat er aan instrumenten aanwezig is. Een oude Hohner Organette van Clinton heeft met haar geprogrammeerde sounds een flinke verbijsterende rol op dit album.

Het verlies, de wanhoop, het van elkaar gescheiden zijn in de coronatijd, kenmerken ook de gevoelens bij een verloren gaande wereld. Poor Creature legt deze gevoelens in oude metaforen voor ons neer. De prachtige heldere stem van Clinton zweeft, ondanks de verhalen, door de songs als een onaantastbare boodschapper. Dat zou argwaan kunnen wekken, maar door haar constante aanwezigheid ook houvast kunnen bieden in donkere tijden. MacDiarmada brengt met zijn niet al te volumineuze stem een huiselijke folksfeer die soms op onheilspellend gespannen voet staat met de kalme, maar vaak voluptueuze theatrale muzikale omlijsting.

Met een enorme psychedelische donkere drone begint Clinton het verhaal over een Ierse, naar Australië gedeporteerde, boef. Het verlies van zijn vaderland wordt indringend voortgestuwd in een kalm, maar nerven prikkelend geweld van instrumenten en weerkerende tonen. Ja, dat is ‘Adieu Lovely Erin’. Een stevige drum, een snerpende drone, snarenspel op de achtergrond en een bijna deinende lichtvoetige melodie. ‘The Whole Town Knows’ lijkt fraai uit het lood geslagen en ook de tekst verwijst naar het feit dat het zo niet langer gaat met de wereld. Met een uiterst drukkende melange van geluid komt dat aan het eind van de song snoeihard binnen. Wat heeft MacDiarmada een geweldig passende stem om ‘Lorene’ van The Louvin Brothers te zingen. Hij zweeft oeverloos mooi en triestheid verheffend op de tonen van akoestische gitaar, synth en drums. De Ierse klassieker ‘An Draighneán Donn’ gaat hypnotiserend ten onder is een sculptuur van geluiden, atonalen en galmen, en is als een hergeboorte op een andere planeet. Doc Watson schreef de song ‘Hicks Farewell’. Van de Appalachen terug naar Ierland om te laten horen hoe anders het kan samenvallen. Met de schoonheid van Ruth Clintons stem op ‘Willie-O’, de bekende folkmelodie en het langzaam verschuivende dronegeluid dat in tien minuten traploos naar een emotioneel einde glijdt, is het eindpunt van het album bereikt.

Wees gerust, er gebeurt zoveel op dit dromerige, onheilspellende oceaan overschrijdende album dat repeat vanzelfsprekend is. Irish music-art van muzikanten die zo aan de ziel van oude en semi-oude songs trekken dat je er geen genoeg van krijgt. Songs met op voorhand een weemoedige hang naar het nieuwe oud.