Beste lezers, jullie hebben waarschijnlijk in de gaten dat ik graag de grenzen van het Americana-gebied opzoek. Dat is zeker ook het geval met deze opvallende CD van een singer-songwriter uit Quebec, Canada. Er verschenen al enkele CD’s van hem, waarin hij laat horen dat het Franse chanson hem heel dierbaar is. Neem het nummer ‘La Tour’ van de 2014 verschenen CD ‘L’Homme a l’Arbre’, waarop hij klinkt als een trouwe navolger van de Franse superchansonnier George Brassens. Voor zijn nieuwste CD, ‘Mo Kouzin, Mo Kouzinn’ heeft hij vele jaren onderzoek gedaan naar het erfgoed van de slaven en vrije gekleurde mensen uit de 19e en vroeg 20e eeuw.
De Creoolse musici uit die tijd speelden volgens hem een belangrijke rol in het ontstaan van het Americana-muziekerfgoed. Er was veel affiniteit met de muziek die destijds te horen was in Haiti, Martinique en Guadeloupe. Dat belooft wat en dat gebeurt ook in 27 songs met een totale speelduur van 70 minuten. Al luisterend hoor je in de eerste plaats calypso (denk aan Harry Belafonte), maar in ‘Le Zonon’ hoor je waar Dan Hicks (kent u hem, luister eens naar ‘How Can I Miss You When You Won’t Go Away’).En de CD gaat lang door, er is eer keur aan instrumenten, waarbij vooral klarinet, fluit, banjo, viool, maar ook accordeon, mandoline, conga, djembe, caxixi, cloche, snare drum, calebas en nog wat bijzonders. Nog een paar feitjes: ‘Blansh Toukoutou’ klinkt als ‘Williem and the Hand Jive’(Johnny Otis, 1958). Je vraagt je af waarom Ry Cooder zich nooit over dit erfgoed heeft ontfermt. Natuurlijk mag een ode aan Marie Laveau (1794-1881, de Creoolse voodoopriesteres uit New Orleans, niet ontbreken. Het is het langste en misschien ook wildste nummer van de CD. Heel bijzonder!