“Ik heb altijd van songwriters gehouden die de kunstvorm serieus nemen en echt proberen die te verheffen”. Een uitspraak van singer-songwriter-gitarist Jack Barksdale, die zich op enig moment in de theorieën van Bertolt Brecht, over het maken van theaterstukken, is gaan verdiepen. Die probeert hij te gebruiken bij het schrijven van songs. Ik begin met deze zinsneden omdat de zeventienjarige Jack Barksdale een nadenkende jongen is, die geen traditionele muziek maakt, maar muziek in de traditie van.
Ik luister naar zijn tienjarige kinderstem op het album ‘Live From Niles City’ en val op bescheiden wijze van mijn stoel. Een gitarist die fingerpickt met de vanzelfsprekendheid van degene die hem hebben geïnspireerd. Het is bijna vermakelijk om hem: “I wrote this song…..” te horen zeggen. In 2022, nog steeds in het bezit van een, nu iets doorleefde, jonge stem (dat blijkt te kunnen) komt zijn album ‘Death Of A Hummingbird’ uit. Een album waar bas, percussie en toetsen een rol spelen en hoewel het een prachtige Texaanse americana-folk toonsetting heeft, is de psychedelische toets op de song ‘Trance’ werkelijk fantastisch.
Op ‘Voices’ laat Jack een doordachte rijping horen, zijn stem is mee gerijpt, met een randje verdieping. Open met een omfloerste helderheid. ‘Voices’, zijn al die verschillende stemmen, die je doen nadenken, waar je begrip voor kunt hebben of onbegrijpelijk voor je zijn waardoor je op zoek gaat naar begrip. ‘Voices’ zijn ook al die gebeurtenissen die zich voordoen en waar je betekenis aan probeert te geven. Songs schrijven is voor Jack aan verandering onderhevig. Aanvankelijk vrij spontaan, nu doordachter en getoetst of ze overkomen op de toehoorder.
Het album begint ijzer, ijzer sterk met het hypergevoelige ‘The Man, The Myth, The Legend’ De zwaar gestreken bas en de frêle gitaar geven een dimensie aan de song die tijd en ruimte doen vergeten. Toch is de overgang naar de folksong ‘Martyrs’ met banjo, harmonica en als tweede stem Sarah Janos, niet te groot omdat er een kalme melancholie huist in de melodie en de tekst over het: “we praten nergens over” leven in delen van Texas. Met snaren en toetsen glijdt ‘Cost’ je geest binnen en kan een heldere treurigheid je overmannen. In een meer klassieke, maar wederom o zo doordachte Texaanse jas gestoken is ‘The End Of Days’. “We’re born so big/And we grow so small/Hiding inside ourselves”. Je bent zeventien of je bent een geboren denker. Beiden dus.
“Buiten de huid is er veel wind. Je wordt erin meegesleurd. En hoewel ik rijkdom heb gevonden binnen mijzelf, ben ik bang dat ik opgesloten zit”. Deze paar regels uit de laatste song van het elf parels tellende album, zeggen naar mijn idee veel over Jack Barksdale. Hij is er niet uit en dat is absoluut niet noodzakelijk. Het scherpt hem alleen maar. De wereld is groot, en je neemt altijd jezelf mee.
“De laatste tijd ben ik echt dol op Italiaanse tarantellamuziek en op Baskische trikitimuziek. Ik ben dol op de meeste soorten folkmuziek, vooral folkdancemuziek”, vertelt hij in een interview. Jack Barksdale zal nog veel vaker van zich laten horen. Hij mag dan her en der als wonderkind beschouwd worden, met dit album laat hij horen een muzikaal fenomeen te zijn die traditionele vruchten plukt, ze afpelt, doorklieft en met het vruchtvlees heel mooie overpeinzingen maakt. Een onvergelijkelijk en onvergetelijk album.