Het verhaal Steve Tallis is erg lang. Australiër, Macedonische voorouders, muziek van de balkan, vanaf zijn tiende muzikant, wereldburger, Gaslight Club, Them, Yardbirds, Eric Clapton, Tom Waits, Howlin’ Wolf, Afrikaanse-, Indiase-, Haïtiaanse- en islamitische muziek, blues, gospel en werkliederen. Ik heb het uit de grabbelton van Steve Tallis. Hij komt met een triple album, 66 songs, 4 uur muziek. Er zijn veel, heel veel herinneringen als je 62 jaar muziek gemaakt hebt.
Steve Tallis wordt op 28 oktober 1952 in Perth, Australië geboren. Louis Armstrong en Trini Lopez, zijn de muzikanten die hij in 1963 ziet optreden en hij zijn moeder toevertrouwd: “ik word muzikant”. Het gebeurt en zijn enorme hang naar de essentie van muziek vindt hij overal en nergens. De blues is zijn muzikale oervorm waar hij wereldmuziek (om die teveel omvattende term toch maar eens te gebruiken) bij betrekt met voor hem aansprekende ritmische, spirituele, verhalende en traditionele aspecten. Maar ook de welluidende doorleefde chaos van Captain Beefheart en Tom Waits voldoen aan het zoeken naar uitersten. Sjamanistische folk vind ik wel een fraaie omschrijving van zijn wereldblues.
Zijn eerste album ‘Jellyroll Bakers’ uit 1969 is met een band, waar hij er ettelijke van heeft opgericht. Zo’n vijftig albums zien, in allerlei samenstellingen, het licht. Gedreven door afschuw van ongelijkheid in de wereld, muzikale regels, en passieloos muziek maken, voortgestuwd door de rauwheid van emoties, zijn levenspad en gekleed als een traditionele wereldbewoner (van alles wat dus) maakt Tallis zijn muziek. Op zijn albums staan altijd de eerste live gespeelde uitvoeringen. Tijdens zijn optredens ontstaan song en is improvisatie een groot goed.
Drie schijven dus ‘Memory Ghost’ is daarmee een monumentaal project, maar als je gaat luisteren dan zou hij zomaar nog drie schijven door kunnen denderen. Toch is er een nuance. Tallis moet er spiritueel, mentaal en fysiek helemaal klaar voor zijn om een album op te gaan nemen, zo vertelt hij in een interview. Op de eerste schijf staan 25 solosongs, maar een deel daarvan is, op afstand, door percussionist Gary Ridge uit Brazilië met indringende ritmiek vervolmaakt. Acapella zingen is Tallis overigens ook toevertrouwd. Tijdens het luisteren word ik steeds blijer van de opzwepende, aanklagende, en verkondigende teksten. De rauwheid van zijn stem, het voortdenderen en de naar zijn hand gezette blues. Tom Waits en Eric Burdon luisteren mee.
De tweede schijf met 18 songs is met een band gespeeld. Even omschakelen van de individuele gedrevenheid naar de uitstekend spelende ‘ruige’ band. ‘Crazy Australian Horses’ zou een passende naam voor de band kunnen zijn. Vergeleken met schijf één is het muzikaal minder interessant. Het bandgeluid vlakt de songs ondanks de fikse partij geluidkracht nogal af.
Op schijf drie zijn het vooral de zanger-gitarist Tallis die 23 songs aan het woord komt. Intens muzikaal ‘gerammeld’ op verschillende (akoestische)gitaren komen de levensverhalende songs mijn gehoorgang binnen. Sommigen zelfs naar binnen gespuwd wat de ‘aanvalskracht’ van de songs weer een stuk terugbrengt naar de intensiteit van de eerste, en naar mijn mening meest sterke en doorleefde, schijf.
Wat een man zeg, verlegen ogend, graag op zichzelf levend met kralen ketting om de hals, de mensheid stevig aanpakkend en gedreven door spiritualiteit. Zoals hij zelf zegt, spreekt hij zich met zijn muziek uit. Een interview? Niet nodig. Luisteren? Zeker als je sowieso gecharmeerd bent van buitenbenigheid, en intensiteit. Ik mag dat graag ook al is het thema: We verliezen onze geliefden, maar ze leven voort in de geest van Steve Tallis.