Ga naar de inhoud

Abigail Lapell, Shadow Child

Het geeft altijd weer zo’n apart gevoel als je bijzondere muziek hoort van een voor jou volslagen onbekende artiest. Waarom heb ik haar niet eerder opgemerkt? Abigail Lapell zegt hier zelf over dat er dagelijks een absurde hoeveelheid muziek uitkomt, maar dat ze zich daar niet door laat ontmoedigen. Ze wil muziek maken en toeren, verhalen en ervaringen vertellen. Dat doet ze, ergens in de folkruimte met een ontroerende passie.

Abigail Lapell is een Canadese folksinger/songwriter/gitarist van Joodse afkomst uit Toronto. Haar moeder speelt klassiek piano en Jiddische religieuze muziek speelt een grote rol in het gezin. Ze houdt van jongs af aan van zingen. Dat doet ze in een koor op haar Franstalige school. Daar komt ze in aanraking met kerkmuziek en het zingen van harmonieën en leert ze Hebreeuws. Door de verschillende talen die ze beheerst, heeft ze een groot spectrum aan vaardigheden om teksten te schrijven. Over zingen zegt zij in een interview: “Zingen voelt voor mij als een grote troost en ontspanning. Het is rustgevend en zuiverend, maar er is ook een fysiek verlangen achter in de keel en borst”.

‘Shadow Child’ is haar zevende album. Haar eerste ‘Great Survivor’ maakt ze in 2011. Een heerlijk vrij schaars geïnstrumenteerd en nog wat zoekend album. Opvallend is haar kinderalbum ‘Lullabies’. Slaapliederen in verschillende talen in duet gezongen en met alleen de akoestische gitaar. De zuiverheid van muziek maken in een heel uitgeklede vorm in optima forma. Haar stem heeft een bijzondere warme helderheid en een zo snelle vibratie dat het nauwelijks opgemerkt wordt, maar bijdraagt aan een indringende folksfeer. Na het rijk gearrangeerde album ‘Anniversary & More Songs About Love’ uit 2025 is ‘Shadow Child’ muzikaal een stuk kleiner en semi-akoestisch. Het album gaat over de maanden van haar zwangerschap die moeizaam en na nogal wat teleurstellende en verdrietige gebeurtenissen tot stand kwamen. Elke maand een eigen song. En oei, wat een muziek zeg. ‘Whistle Song’, waarop het menselijk fluiten een refrein vormt tussen de coupletten, heeft een verpletterende UK-achtige folkmelodie. Elke dag is als een nieuw begin, maar ook een dag verder in het geloven dat alles goed gaat. Daar sluit het oprecht gevoelige ‘Hazel’ prachtig aan. Het is meer dan een ode aan het ongeboren kind dat er misschien niet zal komen, maar al wel toegezongen kan worden. Zangeres Jill Barbers zingt warm hees mee met de moeder in spe. Op de titelsong zingt Frazey Ford mee. Een baritongitaar maakt de song breed, wat het allesomvattende onderwerp; zwangerschap en geboorte een mooie diepe laag geeft. De uitermate hoge klanken die Ford voortbrengt staan hier fraai tegenover, met een prachtige rijke dynamiek als resultaat. Het heerlijke ‘Mockingbird’ met bas, backingvocal, akoestische gitaar en mondharmonica is kalm melancholisch met heerlijk schuivende zangpartijen. “Als er niemand anders is om tegen te praten, dan praat ik tegen mijzelf”, zegt veel in de song “Talking To Myself”. De gestreken bas, viool en wistle dragen de melodramatische folksong, waar ook een tipje jazz in de zanglijn te vinden is. Negen songs met ‘Sing A Rainbow’ tot slot. Een kinderlied met ruimte, ruimte om schoonheid in het leven te ontdekken en vooral om te gaan zingen.

Het maken van thematische albums is Abigail Lapell zeer toevertrouwd. Ze verstaat de kunst om ver van stereotyperingen te blijven en toch gewone mensengevoelens te verwoorden. In folkmuziek van een aangrijpend hoge intensiteit en gaafheid.