Meteen naar de inhoud

Lindsay Clark, Carpe Noctem

Nog vers in het geheugen, hoewel jaren en jaren geleden. De onverwachte euforische ontdekkingen van muzikanten. Onder het genot van een maaltijd in een bijna verlaten restaurantje was daar Tanita Tikaram. Daar waar louter koffie werd geschonken dook Nick Drake op en tijdens het ploeteren op examenstof deed Pentangle het stof neerdalen en keerde de rust weer. Lindsay Clark ligt ineens op de “draaitafel”. Is dit niet iets voor jou? En dat gewoon thuis!

Ik luister en luister en weet niet goed waar ik het zoeken moet. Mijn geheugen slaat op hol want ik hoor een muzikant die een volledige bepakking aan muzikale herinneringen met zich mee neemt. Lindsay raakt aan zal ik maar zeggen. Laten we de nacht dan maar gaan plukken.

Uit Nevada komt ze, woont in Portland en volgt twee sporen die leiden tot wat ze maakt. Een klassieke muziekopleiding en de albumverzameling van haar vader waarin je namen tegen komt als John Fahey, Joni Mitchel en een breed scala aan Midwest muzikanten. Ze gaat spelen (gitaar en meer), zingen, componeren en medemuzikanten ontmoeten als Alela Diane, Kaitlyn Aurelia Smith en Laura Gibson. Ga ze horen en de diversiteit ervaren waar Lindsay voor open staat, en neem en passant ook gitarist William Tyler en harpist Sage Fisher mee. Van folk tot minimalisme en experiment, het vormt Clark’s muziek zonder sporen na te laten. Eerst op het “kleine” semi akoestische lied-album “Home of the Brave” uit 2011. “Begin” uit 2014 heeft meer country trekken en met Crystalline uit 2018 krijgt haar muziek de vorm waarin alles samenkomt en vliegt ze uiterst kalm op eigen vleugels door decennia muziek.

Elf eigen songs. Akoestische- en elektrische gitaar, fluit, klarinet, harp, backing vocals, poëtische teksten, haar zuivere hoogwarme stem en fingerpicking-gitaarspel zijn de ingrediënten waar Lindsay zich, samen met een handje vol medemuzikanten, op “Carpe Noctem” van bedient. De nacht plukken begint met “Evening Star” waarin de elektrische gitaar met de akoestische op verleidelijke hoogte om het mooist twinkelen. Lindsay zingt met piepkleine toonvalletjes. Op het akoestische met strijkers gelardeerde “Diamonds” komt dat nog extra tot haar recht. Het traag melodieuze “Better Way” heeft een jazzy inslag. Samen met een als klein orkest klinkend instrumentarium, haar zang en de akoestische gitaar zet ze een sfeer neer die nog vele generaties na ons zal kunnen raken. “Roses In The Sky” zie je voor je met je ogen dicht. Het doet verlangen, is poëtisch en dat maakt het tot een song waar je gewoon heel lang op kunt meedrijven. Melancholische spanning, “If Colors” neemt het haast lichtvoetig met zich mee. Discrepantie typeert haar muziek ondervind ik gaandeweg het album. “In The Morning” is niet zo mooi omdat het alleen maar een prachtig zuiver pianolied is, het is mooi omdat het aan je zenuwbanen plukt en wendingen neemt die net weer een stapje verder gaan. “Nothing I Can Give” is tweestemmig weemoedig met piano en gitaar en een tipje dreiging tot slot op cello. Aanzwellende spanning op “Indigo Dye”, “Tropical Birds” op piano met gevleugelde zang van de vogels zelf. “I lay” pakt je met kalme akoestische fingerpicking en elektrische gitaarwolkjes. Het is weer zo’n song die alles in zich heeft om niet vastgepind te hoeven worden op UK folk, folk, jazz, tijdloosheid, poëzie. “Waves” zet het voort met fluit en klarinet als eigengereide notendragers.

Steeds weer die heerlijke, net naast het pad lopende, jazzy-folk melodieën waardoor elke song, ondanks het overeenkomstige rustige tempo, raak is. Dat maakt dit album tot een hoogtepunt. Meer dan tijdloos omdat het gevoelsmatig geen datum draagt maar gewoon voor altijd prachtig is. Ze komt dit najaar naar Nederland maak daar maar vast tijd voor vrij.

Scroll To Top