Meteen naar de inhoud

Alison Cotton, The Portrait You Painted Of Me

Mijn kleinzoon en ik kijken met graagte naar Engelse series en films die zich afspelen in de duistere “Engelse tijden” van weleer. Te beginnen bij King Arthur en de zijnen. Alison Cotton legt die tijden vast in semi abstracte, in dissonanten verglijdende klanktapijten. Weerkaatsingen in kasteelgangen, flarden heidenevels en misthoorns op zee. Beangstigend en heerlijk om in rond te dwalen.

Alison Cotton is een Britse altviolist en singer-songwriter. Op heel jonge leeftijd getroffen door “The Dance of the Sugar Plum Fairy” uit de Notenkrakers suite van Tsjaikovski. Die muzikale blikseminslag laat haar niet meer los, zo vertelt ze in een interview. Een kind met altijd liedjes in haar hoofd. Klassiek geschoold maar na gespeeld te hebben in orkesten en kamerensembles langzamerhand losgezongen van het klassieke repertoire en gaan spelen in de folkrockscene. Samen met levenspartner en multi-instrumentalist Mark Nicholas vormt ze in 2005 “The Left Outsides”

Ik luister naar de theatrale en intrigerender muziek van “The Left Outsides” en probeer een omschrijving te pakken te krijgen. Uitgesponnen psychedelische folkrock. Filmische en sferische maar ook rockende songs. Nou vooruit, zoiets. Belangrijker is het om te constateren dat het muziek is om te ondergaan. Intens en meenemend. Vijf albums maken ze samen en als je “The Walkabouts”, “Cowboy Junkies” en UK folk in je muzikale arsenaal hebt zitten dan zijn “The Left Outsides” een eigengereide verrijking voor je oor.

Alison gaat in haar solo werk een stap verder dus. Met de altviool, haar stem, harmonium, percussie, fluit, piano, het blaasbalginstrument de shruti-box en 80e jaren elektronica in de vorm van een omnichord weeft Alison sferische folk tapijten. Improvisatie ligt veelal ten grondslag aan deze composities. Ze laat zich leiden door een inspirerende thematiek, door verhalen en landschappen. In opdracht maakt ze een aantal soundtracks die later op haar albums verschijnen. Na twee albums is daar “The Portrait You Painted Of Me”. Om de sfeer van het album neer te zetten, mumureert ze tweestemmig acapella een ruime minuut over the moors. De betekenis van dat woord zoeken valt niet mee maar is leuk om te doen. Het tweede en langste stuk op het album (ruim 11 minuten) “The Last Wooden Ship” dompelt je onder in mythische sferen. Dissonante vioolstreken en traag zagende harmonium tonen, lokkende wegsmeltende stemklanken, het einde tegemoet. Een oude spookachtige wereld moet zo geklonken hebben. “I Buried the Candlesticks” bestaat uit melancholieke altvioolklanken die steeds, door drie plotseling opduikende trommeltikken, een subtiele lading meekrijgen. Met “That Tunnel Underground Seemed Neverending” zweven we in de krochten van de Noord Engelse kolenmijnen begin 1900. De sferische tonen, ogenschijnlijk licht aangezet, geven een beklemmend klankbeeld van de omstandigheden. “Violet May” klinkt traditioneel maar Alison legt de prachtige verhalende melodielijn op een spannend kleed van altviool en tipjes percussie. Het is 17 november 1962, storm op zee, een vissersboot en een reddingspoging die de mist in gaat. Wederom een verhaal wat Alison inspireert tot het maken van een, in dit geval, beklemmend en ongerust makend stuk muziek.

Samen met mijn kleinzoon dwalen door de verhalen van Alison Cotton. Dat staat nog te gebeuren. Wacht niet op ons want als je even niets van de hedendaagse wereld aan je hoofd wilt hebben duik dan in de oude werelden van Cotton. Misschien begrijp je ze niet maar de oude werelden weten veel meer van ons dan we kunnen begrijpen en dat hoor je!

Scroll To Top