J.P. Harris, Don’t You Marry No Railroad Man

Vocals, Fretless Banjo, Fiddle, Backing Vocals. Niets meer, niets minder en wat is die oude country folk toch tijdgebonden vrolijk, donker, weemoedig en toch zo tijdloos treffend. Het leven was klein, kort, intensief en afhankelijk van omstandigheden. J.P. Harris leven? Hij verlaat het ouderlijk huis op zijn 14e en gaat country music uit zijn geboorteland Alabama spelen en zingen. Het lijkt er op dat hij het verleden gaat herleven. Harris werkt op het land, hakt hout en hoedt schapen maar is bovenal restaurateur-timmerman. Woont vanaf zijn 16e in afgelegen oorden op verschillende plekken in de US en leeft het leven zonder de moderne geneugtes in primitieve hutjes. Na wat punk en heavy metal uitstapjes blijkt de country music toch zijn lijfmuziek te zijn. Muzikanten als Doc Watson, Waylon Jenkins en Willie Nelson zijn samen met de Carter Family als vanzelfsprekend inspiratiebronnen.

Harris gaat in 2011 in Nashville wonen en optreden. Veel opreden met zijn band “The Tough Choices” en doet zelfs het Newport Folk Festival aan. Hij bespeelt de gitaar, de banjo op de clawhammer manier, schrijft songs en zingt met een warme volle doorleefde stem die, ondanks zijn US tongval, zo uit de oude Keltische turf lijkt te zijn voortgekomen. Harris blijft ook timmerman in Nashville en bouwt een aantal gitaren en banjo’s. Zijn groots bebaarde verschijning met lichaamsversieringen draagt bij aan het beeld van een man die uit de aarde voortkomt. Gestileerd dat wel maar met een country hart.

Harris maakt twee albums met een klassieke countryband bezetting. “I’ll Keep Calling” uit 2011 en Home Is Where The Hurt Is” uit 2014. Overtuigende albums met persoonlijke ervaringen, het genre dragend en zonder aarzelingen gespeeld. Het derde album “Sometimes Dogs Bark At Nothing” uit 2018 wijkt daar niet veel van af maar bevat enkele kleine songs en songs met country-blues invloeden. Een voorbode om iets anders te gaan doen?

“Don’t You Marry No Railroad Man” maakt Harris onder de naam “J.P. Harris` Dreadful Wind & Rain”. Anders dan zijn eerdere werk? Ja maar niet vernieuwend. Sterker nog Harris reist terug in de tijd en pakt tien oude songs bij de kop. Dat doet hij in een eenzame pachters hut in de bergen van West Virginia samen men vioolspeler Chance McCoy die eveneens de achtergrondzang verzorgt. Op zijn eigenhandig gebouwde banjo speelt Harris de historie zoals hij ook historische gebouwen restaureert. Vakkundig maar ook met plezier en de ervaringen van iemand die het leven kent. Ook het leven van decennia terug.

De werelden aan beide zijden van de oceaan ontmoeten elkaar weer. Dat begint met het Schotse “House Carpenter”. Hij lijkt het zelf te kunnen zijn. Ik heb deze song vele keren en in alle toonaarden langs horen komen. Harris uitvoering grijpt aan met zijn stem en banjo kalm verhalend op de voorgrond. De viool “melodieert” na. “Closer To The Mill (Going To California) ” is een uitgelaten fiddle banjo klassieker. “Mole In The Ground” is een liefdesdrama met een typerende folksong intro en met eerste en tweede stem gezongen. “Country Blues”, het levenslied pur sang. Harris zingt en speelt het alleen op banjo. Op deze mooie kale manier komt het samengaan van beide muziekstijlen heel simpel volledig uit de verf. “Last Chance”, een piepklein instrumentaal stukje op banjo als een fluistering in de wind. “Old Bangum” en “Barbry Ellen” zijn verhalen met een mystieke achtergrond vol bijgeloof. Ik heb ze niet bestudeerd maar het schijnt dat J.P. Harris er een aantal tattoos aan over heeft gehouden. In “The Little Carpenter” portretteert Harris wellicht zichzelf in een oud klassiek verhaal. “Otto Wood” en “Wild Bill Jones” zijn klassieke outcast songs. De romantiek van de randfiguur. Oprecht in hun ondergang vanuit een lang vervlogen moraal. Of niet? Met J.P. Harris weet je het niet. Hij laat in ieder geval horen hoe het was, hoe het leven geleefd werd en ontbering leidde tot een hard bestaan met dubieuze gevoelige randjes die niet altijd gunstig uitpakten.

Een prachtig album vol historie maar vooral (naar mijn smaak) indrukwekkend omdat Harris de kracht van de oude melodieën laat horen die verder gaan dan de verhalen zelf.