Vincent Neil Emerson

Na zijn doorbraak met het album Fried Chicken & Evil Women komt Vincent Neil Emerson uit Fort Worth, Texas met zijn tweede, titelloze, album geproduceerd door Rodney Crowell. Terwijl het vorige album vooral ging over anderen, is dit persoonlijker en autobiografischer en beslist intens en openhartig. Hij put uit zijn eigen ervaringen als kwetsbaarheid, pijn, geestelijke gezondheid en veranderingen en schrijft in de traditie van Townes Van Zandt, Guy Clark en zijn producer Rodney Crowell. Met name blijkt dat uit zijn indrukwekkende song Learnin’ to Drown waarin hij zingt over de zelfmoord van zijn vader, zijn jeugd en depressies: “I spend my whole life wondering why I’m down, I don’t feel easy if the blues don’t come around and my face don’t look right without a frown. Well, if you can’t swim, you better learn to drown.” In andere nummers is hij wat opgewekter, toch komen onderwerpen als zijn probleem met aanpassen en hartenpijn steeds terug, evenals zijn moeite om de middenweg te vinden tussen het toeren en zijn familie thuis. Zijn songs zijn het best te plaatsen onder de noemer ‘Texas folk’ waarin het verhaal het belangrijkste is en de muziek slechts de omlijsting. De begeleiding is vaak sober met enkel gitaar en viool. Niet alle songs hebben een somber karakter, het openingsnummer Texas Moon is up-tempo, positief en spreekt een verlangen uit naar zijn Texas, High on the Mountain swingt met een grote vleug bluegrass, Saddled up and Tamed is zelfs jazzy met een prettige rol voor de violist. Het nummer The Ballad of the Choctaw-Apache snijdt echter dwars door je ziel. Hij bezingt hier de ellende die de Choctaw-Apache familie van zijn moeder moest ondergaan in de zestiger jaren.

Vincent Neil Emerson heeft een indringend album gemaakt dat zowel rauw als teder is. Ik werd er stil van en het maakte op mij een grote indruk. (La Honda Records/Thirty Tigers)