Jimbo Mathus & Andrew Bird, These 13

Het komt voor dat je een album onder ogen en oren krijgt waarbij je tijdens het beluisteren een subliem gevoel van tijdloosheid krijgt. De songs hoeven niet te wennen en toch is er iets mee. Ze klinken vertrouwd nieuw. Twee muzikanten, beiden zanger, de één gitarist, de ander violist en een beetje (kunst) fluitist. Beiden volledig thuis in de klankkleuren van het zuiden van de US.

Jimbo Mathus de ruim 50-jarige theaterman met een grote hoeveelheid kennis op het gebied van oude Amerikaanse muziek. Een, in filosofie en theaterwetenschappen afgestudeerde, multi-instrumentalist en zanger uit het zuiden. Niet bekend in mijn verzamel oeuvre dus luister ik naar “Squirrel Nut Zippers” Eén van de grotere projecten van Mathus. Zwierende feestende showmusic die je (als je het al meegemaakt mocht hebben) decennia terugwerpt in de tijd. In zijn solo werk ligt de nadruk meer op het, voornamelijk elektrische, americana/rockband werk. Alle denkbare invloeden van rock tot blues zijn er in terug te horen. Een hevig levend mens, bij talloze muziek projecten betrokken met een geweldige stroom albums tot gevolg. Albums die mij niet echt pakken maar een doortimmerd muzikant is Mathus zeker.

Andrew Bird de ruim 40-jarige Amerikaanse multi-instrumentalist, popsongwriter en bovenal violist dook na zijn klassieke vioolstudie het leven van de feestmuziek in. Kwam bij “Squirrel Nut Zippers” terecht waarmee hij op een aantal albums te horen is. Ook Bird zwerft door allerlei genres. Van elektro pop/rock, sferische en klassiek klinkende folkmuziek tot prachtige popsongs met een poëtische inslag. Ik tel in de gauwigheid een twintig tal albums en Ep’s  Met de albumcyclus “Fingerlings” geeft Bird een mooie inkijk in zijn kunnen. Hij maakt indrukwekkende composities die absoluut niet in één (alternatief) muzikaal hokje te vangen zijn. Ik ben bij vlagen onder de indruk van zijn kunnen en zeggingskracht.

Ze kennen elkaar dus als ze samen “These 13” opnemen. Twee door de eigen wol geverfde muzikanten die terug gaan naar een tijd waarin slechts een enkel instrument, een enkele microfoon en de menselijke stem voldoende waren om het leven te zingen en op te nemen. Sonoor en met een lichte wankeling, de stem van Mathus. Bird zingt in de iets hogere heldere regionen. Tweestemmig soms. Oude slepende gospel, country en country blues in het stramien van gitaar en invallende gestreken of getokkelde viool. Dertien eigen songs die besloten liggen in beide muzikanten en die ze, gezeten op een krukje, aan een klein publiek in de avondzon openbaren. Ik zie het voor me: De songs zijn gespeeld. Mathus en Bird prevelen een klein “thank you” na een ingetogen applausje en een enkele vingerfluittoon. Pakken hun spullen bij elkaar en lopen het veld in naar een volgend optreden in de buitenlucht. Nostalgie? Helemaal niet, ik zou het alleen graag meemaken. De teksten van de songs zijn eveneens opvallend uitgekleed. “Als je niks bezit, zelfs geen dak boven je hoofd, dan is elke vergelijking met een ander leven nutteloos want onbereikbaar”. De openingssong “Poor Lost People” vertelt in een gospel jasje over dakloze mensen die heel iets anders hadden moeten zijn dan ze zijn. De laatste song “Three White Horses And A Golden Chain” is een afscheidslied. Het leven glijdt weg en daar heb je iemand bij nodig. De viool strijkt langzaam naar de horizon. Het leven fluit even mee maar buigt af naar een nieuw begin. Een werkelijk aangrijpend stuk muziek van grote “Birdklasse”. Tussen deze twee songs speelt zich dit heerlijke album af.

Muziek waarin rumoer is verstomd. Muziek waarin twee vrienden elkaar hebben gevonden  en dat is te horen. Ik zou zeggen: hoor het ook!