Annie Keating, Bristol County Tides

Als inwoner van New York vertrok Annie Keating met haar gezin, na de eerste maanden van isolatie door Covid-19, naar de kust van Bristol County, Massachusetts. Daar, tussen de getijden van eb en vloed, verblijvend in een idyllisch gelegen boerderij, vond ze inspiratie voor de vijftien songs die op het achtste album Bristol County Tides een plaats kregen.

Wie eerder werk van Keating heeft gehoord, weet dat ze een authentiek verhalenverteller is, die staat in de traditie van haar grote voorbeeld John Prine, de man die zo grandioos muzikale eenvoud aan zeggingskracht paarde. Daarbij wordt haar repertoire regelmatig vergeleken met dat van Bonnie Raitt, Lucinda Williams of Gillan Welch. Wat betreft de muzikale benadering is daar iets voor te zeggen, maar dat gaat niet op voor haar stemgeluid dat minder dynamisch en lichter van toon is, maar vooral sexy hees klinkt. Dat laatste is een pluspunt, vooropgesteld dat de songs op zich uitstekend zijn, en dat zijn ze.

Zo laveert Keating soepel tussen uptempo, groovy country/soulrock en fraaie folk/popballades, die (vrolijke) energie dan wel ontroering oproepen. Binnen de muzikale kaders, zijn de bezongen onderwerpen persoonlijke relaties, verlies, je weg zoeken zoeken en vinden.

Voor de totstandkoming van het album beschikte Annie Keating over een puik stel muzikanten, onder wie alleskunner Ted Kumpel op onder andere elektrische gitaar en voortreffelijk albumproducer, Richard Hammond op basgitaar, Steve Williams op drums en Tod Caldwell op orgel, piano en melodica.

Bristol County Tides is Keatings fijnste en kleurrijkste album tot nu toe, wat haar een paar treetjes hoger zou moeten plaatsen in de rangorde van erkend goede singer-songwriters. (Eigen beheer)