Iron & Wine, Archive Series No.5

“Legendarisch zijn kun je leren” dat kan Sam Beam hebben gedacht bij het uitbrengen van de Archive Series. No.1 verschijnt in 2015, dit jaar verschijnt No.5. Eén ding is zeker; de verwoede verzamelaar van materiaal van “chaotisch” veelzijdig producerende muzikanten kan zijn hart ophalen. Een sport op zich waar schrijver dezes in het verzamelen van “Bonnie Prince Billy” uitgaves is verzand. Ik waarschuw alvast.

Hij zal voor lang niet iedereen een onbekende zijn. Sam Beam (1974), solo of met zijn band opererend onder de naam “Iron & Wine”, groeit op in de “Bible Belt” in South Carolina. Na een verwarrende tijd van bezinning op het Christelijk geloof omschrijft hij zichzelf als een agnost. North Carolina is zijn huidige habitat waar hij samen met partner en vijf dochters woont. Beam begint tijdens zijn studies in de kunsten en de cinematografie songs te schrijven. Kleine kalme folk songs die hij op een zeker moment op tape opneemt.

Zoals het met mooie en goede muziek hoort te gaan worden de opnames opgepikt door een platenmaatschappij “Sub Pop Records”. Het is 2002 als het eerste album, “The Creek Drank The Cradle”, verschijnt. Een fraai slow album met bijna fluisterend gezongen Indie folksongs. Op “Our Endless Numbered Days” perfectioneert Beam zijn muziek met (sowieso een betere opname), kleine franjes op banjo, backing vocals en rake melodielijnen. SufJan Stevens dringt zich sterk op en ik moet zeggen dat, dat in mijn oren vooral klinkt als brothers in music. Genieten naar mijn oordeel. Ook in dit stadium verschijnen er al links en rechts songs bij commercials, als filmmuziek, en op EP’s. Op de EP “Woman King” uit 2005 breidt Beam zowel zijn instrumentarium als de arrangementen verder uit met meer geluid,

tempowisselingen en subtiele jazz- en experimentele invloeden. Hij durft en bepaalt niet onverdienstelijk. Een waar kunststukje deze thema EP. In de navolgende jaren houdt Beam zich bezig met het verder uitbouwen van zijn muziek. Vaak in samenwerking met anderen als “Calexico” of, zoals op het coveralbum “Sing Into My Mouth”, met Ben Bridwell. Door de bank genomen vind ik gaandeweg de muziek van Iron & Wine te gepolijst worden en aan een lichte vervlakking onderhevig. Altijd gaaf, altijd tot in de puntjes maar, een experiment daargelaten, met een gemis aan de eens zo mooie zachte zang met een rafeltje, en de iets latere fraaie spannende composities.

De Archive Series bevatten, vanzelfsprekend, niet eerder uitgebrachte opnames, plankliggers en alternatieve uitvoeringen. No.1 bevat 16 huisopnames van voor Iron & Wine. “Dreamers And Makers Are My Favorite People” heet de korte film waarop Beam enkele songs van No.1 speelt. No.2 bevat covers. No.3 twee niet eerder uitgebrachte songs en No.4 komt, met 11 vroege songs, uit op vinyl ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van het album “Shepperd’s Dog”.

No.5 is niet te versmaden. Wederom 11 songs. Drie jaar voor het debuut “The Creek Drank The Cradle” opgenomen. Gitaar, slidegitaar, percussie, mondharmonica en een beetje bas. Eenvoud en grote compositorische klasse samen. Bedachtzame songs als “Why Hate Winter” ten dienste van het, vaak romantische, verhaal. De iets meer uptempo songs als “Elizabeth” lopen als heerlijke treintjes. “Calm On The Valley” is qua tekst een exponent van het gelukkige iets melancholische leven dat Beam ambieert. Met een song als “Loaning Me Secrets” heeft Beam een zanglijn te pakken die heel jazzy over een folksong heen ligt. Zeer pakkend en van grote klasse. Ik vergelijk liever niet omdat het afbreuk doet aan authenticiteit maar er is er maar één die op een dergelijke wijze songs kon schrijven en die kwam uit Engeland.

Je zou kunnen zeggen dat Sam Beam op dit album laat horen dat hij ten diepste een geweldige singer-songwriter is. Toch een beetje legendarisch als ik eerlijk ben.