Nights Beats, Outlaw R&B

Na het horen van het mij nieuwsgierig makende “Outlaw R&B” had ik een onweerstaanbare behoefte me verder te verdiepen in de muziek van “Night Beats”. Een niet nader onderzochte willekeurige greep uit mijn auditief geheugen trok, bij het beluisteren van hun muziek, aan mijn gehoor voorbij. Modern Lovers, Tom Rapp, The Animals en nou ja nog veel meer eigenlijk.

“Night Beats” een band, opgericht in 2009, met multi-instrumentalist Danny Lee Blackwell als enig vast bandlid. Hij is een geboren Texaan die via Seattle uiteindelijk in LA terecht komt maar woont daar met de nodige onderbrekingen. De band wisselt nogal eens van samenstelling mede omdat Blackwell steeds op zoek lijkt naar een “gedateerd nieuw geluid”. Het lijkt er zelfs op dat hij zich op een ouderwetse manier laat beïnvloeden door omstandigheden, producers (als Dan Auerbach) en sessiemuzikanten. Een reizend fenomeen die zich laat inspireren door waar hij verblijft, die een tijd voor zijn hulpbehoevende vader zorgt en een leven leidt zoals dat, in de “zoek het zelf maar uit samenleving”, in de VS vaker geleid wordt door muzikanten. Hij gaat er niet aan kapot, hij maakt er muziek door. Blackwell houdt zich naast “Night Beats” met nog veel meer, vaak psychedelische, muzikale projecten van anderen bezig.

Vier albums en enkele rariteiten en singles gaan vooraf aan “Outlaw R&B”. Veel, behoorlijk virtuoos, gitaar gerammel, veel oude heen en weer stereo, aan punk grenzende vervormingen, slepend gezongen psychedelische teksten. Een gitaargeluid uit het begin van de jaren zestig en van het eigen kunnen overtuigde bandjes met een semi arrogante uitstraling, ik hoor het allemaal. Het vierde album “Myth Of A Man”, uit 2019, gaat een iets andere kant op. Meer melodieuze popsongs minder “rookrock” op het podium. Complexere arrangementen, een snufje Latin invloeden, bedachtzame strijkers en zwieriger gitaarwerk. Misschien niet vreemd zo’n ontwikkeling voor iemand die oude klanken wil vernieuwen. In hetzelfde jaar komt de LP “Night Beats Play The Sonics ‘Boom’ uit. Ik kan niet anders dan concluderen dat Blackwell in deze een creatieve uitvoerder is van klassieke muziek en met dit album bewijst dat oude populaire muziek over enkele decennia in de concertzalen zal klinken naast de klassieke “popsterren” uit de 18e en 19e eeuw. Oké, een overgangsfase met uitvoeringen van Frank Zappa’s composities is misschien aan te bevelen.

Outlaw R&B dus. Danny Lee Blackwell verhuist in 2020 weer eens (terug) naar LA en treft de stad in lockdown. Woont, samen met zijn instrumenten, in een klein appartement waar hij zich voor de volle 100% op het ontwikkelen van nieuwe songs werpt. Zijn ideeën neemt hij in zijn hoofd mee naar de studio en neemt het album met behulp van zijn band in een week zelf op.

De songs zijn geïnspireerd door “R&B” en “Outlaw Country”. Twee sterk tot de verbeelding van Blackwell sprekende genres. De samensmelting van die twee laat zich niet omschrijven en dat levert “Outlaw R&B” op. De songs zijn dan ook behoorlijk divers. In de woorden van Blackwell; “van een Phil Spector achtige sfeer, een Marty Roberts gevoel, een Brian Wilson toonzetting tot psychedelische rock”. Ik kan daar helemaal in meegaan en het levert minstens een bijzonder album op. Zo bijzonder dat ik bij een eerste beluistering zowel herkenning als een volkomen eigen geluid ervaar. Van het doordenderende “Holey Roller” het abstractere “Cream Johnny”, het gedateerd klinkende “Never Look Back” (hoe mooi gevonden is dat), het Beach Boy soundje van “Stuck In The Morning”, het donkere country geluid van “Hell In Texas” tot het psychedelische “Shadows”. Elf songs die door het stevige gitaarwerk en de geknepen zang van Blackwell tot een eenheid gesmeed worden.

Blackwell lijkt een zeer aanwezige sensitieve jongen die ernstig feestvierend het verzet niet schuwt. Hij gebruikt de door de historie gelouterde muziek als uiting van zijn zoektocht in het (harde) leven naar spiritualiteit en het niet oordelen maar omarmen van de ander, van de outlaw. Dit album bevat intense serieus doorwrochte generatie loze rock met een diepe buiging voor deze ras muzikant.