Doug Hoekstra, The Day Deserved

“Ik ben een introvert persoon. Bij een blokje omlopen kom ik mensen tegen die op veilige afstand hallo zeggen en bezig zijn in hun tuintjes of op de veranda zitten. Het voelt alsof ik terug ben in eenvoudiger tijden uit mijn jeugd”. Een typerende uitspraak van Doug Hoekstra, dichter, korte verhalen schrijver, gitarist en singer-songwriter geboren in Chicago maar al lange tijd is Nashville vertoevend.

Als lid van de band “Bucket No.6” uit Chicago begint Hoekstra in 1989 zijn muzikale aspiraties. Met Parson, Cash en Williams als bron van inspiratie maken ze muziek die vandaag de dag wellicht onder het kopje “Alt-country” te scharen is. Alle beestjes moeten immers een naam hebben. Na drie jaar gaat Hoekstra, met een wisselende bezetting muzikanten, in Nashville solo-albums maken. In 1994 komt eersteling “When The Tubes Begin To Glow” uit. Een gloedvolle titel voor een album waarin hij op een heel fijnzinnige wijze invloeden van muzikanten als Lou Reed en Leonard Cohen toe laat in zijn folksongs. Op een paar wat zwakkere countrysongs na een uitermate aangenaam en eigenzinnig mooi album. Hoekstra laat op zijn volgende albums meer invloeden toe met soms verrassende songs als resultaat. Kern blijft zijn vertellende zang. De muziek is enerzijds illustratief maar vertelt ook zonder een genuanceerde tekstuele beluistering het verhaal. De twee hierna volgende albums “Make Me Believe” en “Around The Margins” brengt Hoekstra respectievelijke bij een label in de UK en een label in Nederland uit. Intrigerende albums met ogenschijnlijk dagelijkse- tot macabere vertelsels. In deze periode, rond 2001, toert hij door Europa. Met de folkmusic als bases laat Hoekstra gaandeweg elementen uit een breder muzikaal spectrum meespelen. Alles op een manier die zijn gelijke niet kent en gelardeerd met een keur aan kleine instrumentale toevoegingen. Bij het beluisteren van het bijna fluisterend gezongen album “Waiting” uit 2003 maakt zich een lichte betovering van mij meester. Na het album “Blooming Roses” uit 2008 wordt het stil wat opnames betreft. Na zeven albums, EP’s en drie boeken met poëzie, korte verhalen en overwegingen neemt Hoekstra vrijaf.

De geciteerde opmerking “Het voelt alsof ik terug ben in eenvoudiger tijden uit mijn jeugd” maakt Hoekstra tijdens de pandemie en als zovele muzikanten, schrijvers, theaterdieren en cabaretiers vindt hij de weg naar de “stilte” van de studio. Een positieve keerzijde van iets wat we niet hadden willen meemaken. “The Day Deserved”, Hoekstra heeft er een “zooitje” van gemaakt. Folk, rock, jazz, beetje reggae, pop, americana. Up tempo, melodieuze melodielijnen en lullige deuntjes, hier en daar blazers en strijkers. Elke song onderscheidt zich van de ander door elementen die uit bovenstaande genres zijn geplukt. De meeste songs zijn nadrukkelijk doordacht gearrangeerd en kundig ingekleurd door sessiemuzikanten. Tien songs handelend over thema’s als het verlies van het oude, immigratie, klimaatverandering vanuit het perspectief van de individuele mens.

Ik heb het album een flink aantal keren moeten afspelen voor ik er de vinger achter kreeg. Nog in de ban van de eerdere albums moest ik mijn hoofd leegmaken alvorens open te staan voor dit album. Op het eerste gehoor wekt het de indruk zichzelf niet al te serieus te nemen. Op het twintigste gehoor zit het vol verrassingen. Het ogenschijnlijk weinig opzienbarende melodielijntje van “Seaside Town” is zo mooi lopend gespeeld en door een strijker versterkt dat het samen met de tekst in een spannend hoogtepunt uitmond. Na het pakkende “Higher Ground” klinkt “Wintertime” gewoontjes maar legt met een R&B blazer de kloof tussen wit en zwart Amerika bloot. “Late Night Ramble” is slow jazzy met een lichte spanning op- en afgebouwd. “Cary Me”, soft reggae deuntje met Americana invloeden. “Gandy Dancer” is een met veel toeters en bellen verteld verhaal over een spoorwegarbeider uit de negentiende eeuw. Handje klap song “Keeper Of The Word” moet je wel vaak draaien om in meegenomen te worden. Mooi dat het album afsluit met de langzame bijna klassieke Americana song “Outside Looking In”.

Hoekstra heeft er weliswaar een “mooi zooitje” van gemaakt maar al met al heb ik toch de indruk dat hij met dit album gepoogd heeft zich te vernieuwen maar daarbij zijn unieke  manier van muziek schrijven net te veel uit het oog verloren is. (Continental Records Services)