The Northern Belle, We Wither, We Bloom

Hoe positief de term “wegtikmuziek” kan klinken is te horen op dit 3e album van “The Northern Belle”. Met zangeres “Stine Andreassen” als frontvrouw is deze band vanaf 2012 aan het werk. Begonnen als vriendenband in hun studententijd (populaire muziek) zet deze zevenmens formatie een uitermate gedegen stuk Americana/folk/pop neer.

Het eerste (titelloze) album van The Northern Belle stamt uit 2015. Hoewel flink leunend op country/americana zijn popinvloeden, zoals op “We Wither, We Bloom” veelvuldig te horen zijn, al duidelijk aanwezig.

Andreassen gaat, na het tweede album “Blinding Blue Neon” uit 2018, voor drie maanden naar Nashville om geïnspireerd te worden, Amerikaanse singer-songwriters te ontmoeten en nieuwe songs te schrijven. Komt ze daar dan niet vandaan? Welnee, de band is geheel en al van Noorse origine. Sterker nog; Oslo is hun standplaats.

Songs schrijven is één ding, songs uitvoeren is een proces waar alle “Northern Bellers” hun steen aan bijdragen. Naar eigen zeggen als een stel kibbelende en jammende familieleden met een brede interesse in country, blues, pop, rock, indie en Americana. Dat is te horen op “We Wither, We Bloom”. Het brede spectrum aan zowel akoestische als elektrische snaarinstrumenten, percussie en bescheiden gebruik van toetsen en effecten, sluit daar helemaal bij aan.

Een variatie aan songstijlen dus op “We Wither, We Bloom”. Andreassen lijkt elke song moeiteloos te zingen. Haar milde country sound maakt dat songs als “Gemini” en “Tailor Made” regelrecht uit Nashville lijken te stammen. Aan de andere kant heeft Andreassen het vermogen om het countryrandje achterwegen te laten en een meer poppy geluid te laten horen zoals op songs als “Two minds” en “Late Bloomer” waardoor de 70er jaren welhaast wederkeren. Als het uptempo wat teruggeschroefd wordt, komt “The Northern Belle” naar mijn idee het beste uit de verf. In “Lonely” is ruimte voor nuance, een fraai arrangement, en een subtiele ingetogen opbouw. Zeker niet te versmaden zijn de kleinere ontklede songs als “How Deep”. De kleine bezetting met een folky ondertoontje, onder andere door het gebruik van een Hardangervedel, maakt dat dit lied met gemak een kwartiertje langer had mogen doorklinken. Als dan een nummer als “Born To Be A Mother” voorbijkomt met eveneens een kleine bezetting maar gelardeerd met een klaverblad aan strijkers, is mijn gehoor gestreeld. Zet ik daar “Evelyn” tegenover dan begin ik toch een beetje te wankelen want dan doemt de vraag naar het waarom van deze discrepantie op één album bij mij op. Het is onmiskenbaar een kwalitatief goed lopende song maar verstorend in het muzikale concept. Het kalme theatrale “Love Of Mine” sluit dan weer veel beter aan en zorgt voor een fantasierijke verrassende variatie.

Stine Andreassen wil enerzijds de Noorse roots laten meeklinken in de muziek van “The Northern Belle” anderzijds op internationaal niveau een toontje meeblazen. Wellicht voorbarig en zonder wederhoor maar naar mijn idee speelt de marketing kant van de gevolgde studie populaire muziek hier een flinke rol in. Gedegen en kwalitatief hoog opgeleide muzikanten die (begrijpelijk) ook aan de weg willen timmeren. Hoog op de lijstjes komen is daarbij onontbeerlijk maar wordt, als je niet oppast, een doel op zich.

In weerwil van de thematiek; “de ups en downs in het leven, noodzakelijk voor persoonlijke groei”, mis ik een wat diepere pretentie op dit goed uitgevoerde, soms luchtig klinkende en met fraaie ballads gekroonde album.

Maar dan nog even dit: In de korte frêle afsluitende titelsong breekt Stine Andreassen’s hart, slechts begeleid door akoestische gitaar in, naar eigen zeggen, “te veel stukjes”. De mooiste song van het album waar voor mij de hoop uit spreekt dat ze daar de meest pure stukjes van gebruikt voor een volgend album.