Johnny, Collecting Dinosaurs

Johnny is Joost Abbel. Een in 1985 geboren Amsterdammer. Ik citeer als ik zeg dat hij een bekend gezicht is in de Amsterdamse muziekscene. Als ik luister dan is de hoek waarin Joost speelt een zeer interessante en aansprekende. De namen “Zorita”, “Juan Juan” en Dieter van den Westen komen voorbij en ik waag het niet om te zeggen: “oh ja, die komen me, ondanks dat Zorita met enige regelmaat de grote podia heeft bezocht, bekend voor”. Niet dus maar wonende in het “hoge Noorden” mis je soms wel eens iets. Ze hebben vast opgetreden op één van de kleinschalige podia alhier.

Over het geheel genomen klinkt de muziek uit deze scene als stammend uit een oude boomgaard met heel veel “Folk fruit” waar naar hartenlust uit geplukt is door jonge zielen die er van alles mee gedaan hebben. Perfectie is een naar woord en dat zorgt voor een ongegeneerd eigen geluid met rafeltjes, randjes, experimenten en een onbekommerd zoeken. Dat zoeken moet ook de reviewer want ouderwets als hij is, een draaitafel is in de hifi set niet aanwezig. Noodzakelijk voor het beluisteren van “Collecting Dinosaurs” dat alleen op LP is uitgebracht. Op een andere, niet nader genoemde, manier dan maar met de aantekening dat het warme geluid van de LP daarbij ontbreekt.

Collecting Dinosaurs, is het eerste soloproject van zanger/snarenman Joost Abbel en band. Ook hij plukt zijn vruchten uit de boomgaard. Intieme Americana, Country, de Amerikaanse jaren 50 en Latijns Amerika komen allemaal in meer of mindere mate voorbij. Als Johnny put hij, gedreven door een milde vorm van nostalgische, zowel muzikaal als tekstueel uit het verleden. Het verzamelen van dino’s was (en is soms nog) een jongens hobby waar menigeen zich in zal herkennen. Het schilderij op de fraaie hoes van de LP stamt uit 1952 en is van de Tsjechische “dinoschilder” Zdenek Burian. De geluidsapparatuur is gebaseerd op de techniek van een halve eeuw geleden en invloeden van muzikanten uit voorbije jaren kabbelen voorbij.

“Lost My Heart” brengt een mooie Townes van Zandt sfeer met zich mee. Zeker niet één op één en dat is mede de kracht van dit album. Herkenning en een prettige eigenheid die nieuwsgierig maakt naar de volgende songs. “One At The Time” laat een “oud experiment” horen. Een geknepen microfoon geluid, een pingelende toets en een spannende donkere onderlaag. Zeer sfeervol en opgevolgd door “Girl From Japan”, een klassiek klinkende Rockabilly song. Leuk maar het had iets krachtiger gezongen kunnen worden. Joost heeft een mooie sleep in zijn warme stem en daar zit hem de kracht. Mooi te horen in “On My Way”. Gitaar, achtergrond zangeres en ogen dicht. Het titelnummer doet de ogen eveneens tegen de binnenkant van het ooglid aan kijken. Instrumentaal akoestisch met gitaar en blazer. Uitermate ingetogen en schoonheid verbeeldend. Latin jazzy “Until The Morning Comes” is slepend dansbaar waar je ook gerust bij kan blijven zitten. “All I Know”, smartlapt met een country refrein maar heeft her en der een net iets afwijkende melodielijn wat zo typerend is voor dit album. Het koor op “Niagara Fals” wijkt ook heerlijk af van een gebaand pad.

Ik zat te denken aan de term afwisselend maar dat is een veel te platgetreden term bij het luisteren naar de elf eigen songs op dit album. Ergens is er een ondertoontje waar ik de vinger niet helemaal achter kan krijgen. Het doet mijn mondhoeken opkrullen en denken ”ja Joost, je weet precies waar je mee bezig bent en dat is volop genieten van muziek maken, je niet vastprikken, doen waar je zin in hebt binnen de sfeer van de folk waar je dol op bent. Dat is te horen op “Collecting Dinosaurs”.