Dave DeSmelik, The Calendar Album

Nou, nou dat belooft wat. Hebben we net de altoos weerkerende kerst gehad kunnen we ons gaan bezig houden met weerkerende thema’s als de seizoenen en nu zelfs de maanden van het jaar. Het was even een eerste gevoel bij het zien van de titel echter: er is wel wat meer aan de hand op dit album van de Amerikaan Dave DeSmelik.

Veertien albums heeft deze singer/songwriter/multi-instrumentalist op zijn naam staan. Albums die zich regelmatig fors van elkaar onderscheiden. Weliswaar is Americana singer/songwriter muziek de basis maar regelmatig gelardeerd met of omgeven door achtergronden die psychedelisch, chaotisch, atonaal en/of rafelig zijn maar soms ook regelrecht uit de klassieke country lijken te komen. De ene opname stamt rechtstreeks uit de badkamer, de andere is met veel aandacht in een professionele studio opgenomen. Het album “We Don’t Want A Dying Flame” uit 2014 is daar een prachtig voorbeeld van. Ronduit intrigerend vind ik. Eén constante is de stem van DeSmelik. Iets rasperig, soms wat onvast en hij lijkt met enige moeite voortgeduwd te moeten worden. Overbodig om te zeggen dat dit een heel eigen typerende sfeer geeft aan zijn songs. Des te opvallender was het uitkomen van zijn voorlaatste album “Instrumental Conversations” uit 2020. Met dit album laat hij horen hoe boeiend hij muziek een stem kan geven. Een heel sferisch album vrij van wetmatige genres. Een lust om te beluisteren.

Met de country/bluegrass band “Onus B. Johnson” maakte DeSmelik ook twee albums. Doorsnee songs aan de ene kant maar met af en toe een plezierige afwijking aan de andere kant en veelal lekker klinkend.

Met het bespreken van alleen “The Calendar Album” doe ik DeSmelik te kort zo lijkt het. Een muzikant, zo gepassioneerd met muziek bezig en met zo’n groot oeuvre verdient een disco-biografie. Gelukkig heeft Fred Schmale op 22 februari 2017 het album “Liveboat” besproken en de man al eer aangedaan. Lees het na zou ik zeggen.

Deinend op een soulvolle melodie neemt DeSmelik ons mee de januari maand in. De song ademt een bijna Bonnie Prince achtige sfeer. Een krachtig ogenschijnlijke onvast gezongen lied. De tweede song “bluegrasst” ons de kortste maand door. Maart “bluest” met lekker gitaar werk stevig zeg-zingend naar April dat, middels een instrumentale folksong, ons oor streelt. DeSmelik neemt de maand mei wederom in een bluegrass jasje met je door. Juni daarentegen wordt getypeerd door een verlies. Een fraai iets gebroken gezongen lied met tempo wisselingen die het verhaal onderstrepen. Met deze song wordt nog eens benadrukt dat de bezongen gebeurtenissen persoonlijke reflecties zijn maar dat DeSmelik ruimte laat voor een eigen interpretatie. Juli is een mooie licht echoënde slow song vol herinneringen. ‘Country/blues’ augustus wordt gevolgd door een melancholisch akoestisch september. Oktober is instrumentaal. Uitermate sfeervolle melodielijn met een Aziatisch tintje. November loopt net naast gebaande Americana paden. Dan die laatste maand. Ik vind het een tijdloze afsluitende en typerende DeSmelik song met barstjes, sferische toontjes en wendingen op een fundament Americana.

Is dit album één van DeSmeliks beste? De thematiek, het op muziek zetten van de maanden van het jaar leken mij, zoals gezegd, op voorhand nogal beperkend. DeSmelik heeft de songs op “The Calendar Album” een jaar of zeven geleden geschreven en ze, slechts met behulp van bluesgitarist “David Philips”, die op vier songs meespeelt, pas in 2020 opgenomen. De corona tijd gaf gelegenheid het af te maken. Teruggevoerd in de tijd lijken de songs dan ook wat terug te grijpen op zijn toenmalige manier van componeren. Gekunsteldheid is echter niet aan de orde maar van mij hadden de afzonderlijke songs ook best los van elkaar op verschillende albums mogen verschijnen. Dat luistert toch anders maar laat ik niemand de ruimte ontnemen en het aan jullie luisteraars overlaten. De songs zijn er zeker niet minder om. Ze zijn typerend DeSmeliks en behoren tot het goede wat hij gemaakt heeft. Ongepolijste karakteristieke soms bitter/zoete songs.