Three Queens In Mourning & Bonnie ‘Prince’ Billy: Hello Sorrow/Hello Joy

Geen idee waar ik moet beginnen om het verhaal over dit album te schrijven. Alle vier de leden van deze gelegenheidsgroep houden zich op een zeer uiteenlopende niet conventionele manier bezig met muziek. Samenwerkingsverbanden en projecten wisselen elkaar af en eigengereidheid staat hoog in hun vaandel. Beschrijven waar ze zich tot nu toe mee bezig hebben gehouden zou een complete encyclopedie opleveren.

Het begin is er. Will Oldham (Bonnie ‘Prince’ Billy en nog een handvol aliassen) is de Amerikaanse muzikant-acteur die over de hele wereld bij een select gezelschap wereldberoemd is. Een open deur voor de liefhebber als ik stel dat zijn onvaste stem en zijn zeer wisselende, grote hoeveelheid muzikale producten, zijn handelsmerk zijn. Een man met evenzoveel schitterende songs als bijna dubieuze composities met bijtende, humorvolle, verwarrende of zoetgevooisde teksten en evenzoveel atonale composities als schitterende melodielijnen. De Amerikaanse en Europese folk music is echter vrijwel altijd aanwezig.

Deze man dus brengt in 2018 een boek uit met in de afgelopen decennia geschreven songteksten met als titel: “Songs Of Love And Horror”. Indachtig Leonard Cohen.

Een muzikale tour volgt. Oldham verzamelt muziekvrienden, waar hij al eerder mee heeft samengewerkt, om zich heen en “Three Queens In Mourning” wordt opgericht. Alasdair Roberts: een Schot met een uiteenlopend eigen repertoire van, vaak breekbare, indie folksongs onder de naam “Appendix Out” tot een meer traditionele benadering van de Schotse folk music. Jill O’Sullivan: multi-instrumentalist en zangeres uit Glascow met een Amerikaanse achtergrond, heeft haar muzikale talenten vooral gebruikt in samenwerking met tal van muzikanten, als bijvoorbeeld James Yorkston, uit de folk hoek. Van de eveneens Schotse percussionist en zanger Alex Neilson kan hetzelfde gezegd worden. Nielson heeft daarnaast deel uitgemaakt van De Folkrockgroep “Trembling Bells” waarvoor hij een groot deel van de songs schreef.

Deze drie muzikanten hebben zich voor het maken van “Hello Sorrow/Hello Joy” over Oldham’s muziek gebogen. Twaalf liederen van de hand van Oldham zelf, drie covers van de andere muzikanten en een originele uitvoering. Wat vooral naar voren komt, is hoe sterk Oldham’s muziek geworteld is in de folk music. Laat Schotten zijn muziek spelen en de sfeer is onmiskenbaar die van het Britse eiland. Om die reden voel ik geen enkele behoefte de originele songs ernaast te leggen ter vergelijking. “Three Queens In Mourning” is in staat op een geheel eigen wijze de songs van Oldham naar zich toe te trekken. Zingt Oldham zelf mee dan verschijnt er als bij toverslag de niet te missen Oldham sfeer uit de speakers maar dan nog staan de songs in deze uitvoeringen geheel op zichzelf. De covers, op die van Alasdair Roberts na, vind ik echter weinig toevoegen aan het geheel en van weinig fantasie getuigen. Het lijkt er simpelweg op dat ze niet uitnodigen om ze te interpreteren als de songs van Oldham, ook niet door de meester zelf. Gelukkig staan ze bij elkaar als laatsten op het album.

Twaalf kleine meesterwerkjes dus die geïnterpreteerd een heel uitgesponnen, vaak traag verlopende muzieksensatie teweeg brengen. De meeste muziekinstrumenten worden basaal gebruikt en bewerkstelligen een tijdloosheid die de songs eer aan doen. Gitaar, viool, slagwerk, samenzang, af en toe een effect uit een “bakje” en soms een schurende “sleperigheid” in de zanglijnen. Als er al sprake is van hoogtepunten (omdat er geen zwakte te bekennen is) zijn het de composities zelf die zich iets onderscheiden in trefzekerheid. “Lost Blues” heeft een heerlijk rake zanglijn. “Madeleine Mary” is een lekker folkrocknummer. “No More Workhouse Blues” sleept je schurend gezongen naar een gekalmeerd hoogtepunt. “I Sea A Darkness” Oldhams meest bekende song is het schoolvoorbeeld van de kracht van zijn composities. Ze zijn interpretabel. “Tonights Decision” heeft door het spanningsveld tussen zang en gitaarspel een fraaie indringendheid. Niet in de laatste plaats door de zang van Jill O’Sullivan. Het openingsnummer “Stablemate” wordt vrijwel volledig gedragen door haar hoge iets geknepen stemgeluid.

Ook op dit album blijkt Will Oldham, ondanks maar misschien ook juist door zijn zeer eigen manier van schrijven en componeren, samenwerking met anderen tot een hogere kunst te hebben verheven. Hij weet de mensen, vaak werkend in de schaduw van het gangbare, te vinden. Luister dit album en vergeet vooral de mensen niet die zich in dit segment bewegen. Zeker Alasdair Roberts niet. Je zou jezelf te kort doen.