Christian Kjellvander, About Love And Loving Again

Christian Kiellvander tot je nemen is als een zich steeds weer verwonderende wereld binnenstappen. Zo’n stem! Christian heeft wat dat betreft een paar “collega’s” die aangenaam behept zijn met het voortbrengen van eenzelfde klankkleur. Donker, voltonig, gedragen. In Bill Callahan (SMOG), Stuart A Staples en in een light versie Kevin Ayer herken ik eenzelfde sfeer en ik wentel mij daar graag in.

Kjellvander wordt op 13 May 1976 geboren in Malmö Zweden. Groeit op in Amerika maar keert in de negentiger jaren terug naar Zweden. Americana steekt in die tijd fors de kop op in het Scandinavische maar ook een kleine Punk revival heeft zijn invloed op de muzikale uitingen van onze noorderburen. Kjellvander richt in 1994, met drie medemuzikanten, de band “Loosegoats” op. Een prachtig ratjetoe van muziekstijlen. Een lo-fi gitaarband waarin americana, country, pop en een snufje punk de ingrediënten zijn plus het, nog lang niet zo donkere sonore, stemgeluid van Kjellvander. Tussen ‘95 en ’01 nemen ze drie albums en een vijftal EP’s op. Kjellvander maakt zich wat los en geeft aan het eind van die periode een album uit onder de bandnaam “Songs Of Soil”. Nog leunend op de muziek van “Loosegoast” maar het eigen geluid is al onmiskenbaar. Een lager tempo, een lager stemgeluid en veel meer uitgesponnen gespeeld. Mooie verrassende songs die zich ook heel duidelijk lenen voor akoestische uitvoeringen zoals hij in een aantal optredens laat zien.

De solocarrière begint met het album “Songs From A Two-Room Chapel”. Ook hierop is het “Loosegoast” geluid nog flink aanwezig en zijn de Americana invloeden voelbaar. Daarna begint het omvormen naar de Christian Kjellvander van nu. “I Saw Her From Here/I Saw Here” uit 2007 is veel theatraler van opzet. Klankpaletten, een blazer, flinke melodische wendingen in de songs en een neerwaartse (een mooie) groei van zijn stem. Heel af en toe denk ik iets geforceerds te beluisteren maar dat is wellicht ingegeven door mijn eigen verbazing over de “omvorming”. In 2012 keert “Loosegoats” nog een keertje terug met een album. Het lijkt op een nog één keertje los gaan met de rauwere kantjes maar lo-fi klinkt het niet, wel leuk en krachtig. In 2020 gebeurt er iets heel fraais. Kjellvander neemt samen met de symfonisch-psychedelische Zweedse jazzband “Tonbruket” “Doom Country” op. Zes duistere, tussen droom en werkelijkheid verhalende muziekstukken. Het mooie is dat de instrumentatie vrijwel volledig Americana gerelateerd is: piano, contrabas, pedal steel gitaar en viool maar met psychedelische uitspattingen. De stem van Kjellvander is op zijn laagste punt aangekomen. Hij zeg-zingt een groot deel van het album en sleept het met deprimerende teksten naar de diepe beklemming die het beoogt. Schitterende theatrale harmonieuze chaos en dat geldt, weliswaar op een rustiger wijze, ook voor “About Love And Loving Again” dat nog geen jaar later uitkomt. Per Nordmark op drums, Pelle Anderson op elektrische gitaar en Christian zang, gitaar en geluiden. Slecht met zijn drieën uitgevoerd en opgenomen.

“About Love And Loving Again” bevat zeven songs met een lengte die er voor zorgt dat je niet makkelijk uit de sfeer komt na beluistering. Zelfs als er sprake is van theatrale strofes en een “groot” geluid dan nog overheerst de uitgesponnen traagheid die dit album uit alle poriën ademt. “Babtist Lodge (The Galaxy)” is de overpeinzende constatering dat niet Amerika maar Zweden Christians thuis is. Gedragen gezongen en spannend naar een apotheose toegespeeld met een grote rol voor drums en elektrische gitaar. Het titelnummer wordt als een bijna klassiek psychedelisch gitaarnummer ingezet en gaat met tekst, gitaar, drums en zingende zaag heel langzaam naar een nog steeds traag maar intens einde. “Cultural Spain” begint met een heerlijk weerkerend thema met subtiele dissonanten. Zangeres-echtgenote Frida Hyvonen zingt mee op de achtergrond in dit mysterieuze muziekstuk dat eindigt in een spanningsvol geluidstapijt. “Trouble” blijft met beide benen op de grond maar groeit heel langzaam naar een prachtig staccato gespeeld eind. “Actually Country Gentle” Aardig zijn is soms genoeg en heilzamer dan woorden. Zo langzaam uitgevoerd dat het echoënde hartslagje op gitaar een herinnering aan een ritme is. Fijne wegzak melodie. “No Grace” een beklemmende “familie song”. Op het eerste gehoor zou de melodie je mee kunnen nemen in een hogere sfeer maar er blijkt een zware zwarte spanning in naar voren te komen. Heel fraai opgebouwd. “Proces Of Pyoneers” de laatste song. Misschien is er van alles twee soorten. Er is er maar één die je hoeft te geloven. Een conclusie na het zoeken naar antwoorden. Met dominante tegendraadse ritmes geslagen over een grondtoon, een kabbelende elektrische gitaar en een zware vrij melodieuze zang. Een prachtig spannend percussie nummer met een theatraal hoogtepunt.

Ik ontwaak maar weet door de onrustige rust van de songs niet of ik verkwikt ben. Wel onder de indruk en af en toe bij de keel gegrepen. Hij is prachtig, hij is goed dit album.