Stephen Simmons, Family Album

Hoe een man met zijn familie onder de arm de wereld in trekt. Nu even niet maar hij staat al wel klaar om, zodra het kan, de gitaar te pakken en hopelijk ook Europa aan te doen.

Stephen Simmons dus. De Amerikaan met het zuidelijke accent uit Tennessee. Conservatief Christelijk opgevoed vertrok hij naar Nashville om het leven buiten de Amerikaanse “Biblebelt”, op te zoeken. De discrepantie tussen deze twee werelden kon haast niet groter en is onmiskenbaar de voedingsbodem voor zijn songs.

“Last Call” zijn eerste album uit 2014, getuigt daar op heel indringende wijze van. Opnames van zijn muziek zijn er overigens al vanaf 2001 waarvan er een aantal op het album “The Super Store” zijn verschenen. Aanvankelijk een solo live EP, opgenomen op een “kroegpodium”, met vijf songs maar bij een heruitgaven verrijkt met nog eens negen songs.

Simmons maakt kleine Americana-Country folksongs dichtbij de eigen ervaring en de eigen afkomst en is niet afhankelijk van grootse arrangementen om zijn verhalen te vertellen. Kort na het uitkomen van “Last Call” trad hij op, op het Groningse “Take Root” festival (te beluisteren op het album “Live At Take Root”). Ik was verkocht en ben dat nog jaren gebleven maar verloor hem gaande weg een beetje uit het muzikale oog. Misschien ongelukkiger wijs ving ik twee albums “The Big Show” en “A World Without” wel op maar als onaandachtige luisteraar kwamen beide albums mij wat middelmatig over. Er moest zo nodig een band bij en dat heeft Simmons naar mijn idee niet nodig getuige de meerderheid van zijn songs. Zijn half donkere, licht gruizige stemgeluid waarmee hij, soms in halve noten, kalm op en neer beweegt en zijn gave klassieke Country folk gitaarspel zijn sterk genoeg om het oor te strelen. Subtiel gestreken of aangeslagen snaarinstrumenten, aangevuld met harmonica of tweede stem zijn veelal afdoende om zijn songs te laten parelen.

En toen was daar, na een tiental studio- en de nodige live albums, het “Family Album”. Opgenomen in het leegstaande huis van zijn overleden grootmoeder. Simmons laat zijn familie niet alleen in zijn songs maar ook zelf aan het woord. Oma Annie Simmons zingt, met Stephan op gitaar, een couplet van “I’m Here To Get My Baby Out Of Jail” en vertelt in “Miss That Ole Farm” over hun oude boerderij. Familielid Allan Bryson zingt het liedje “Beautiful” en familielid Mallie Bryson draagt “The Cross” voor. Deze laatste drie “familie stukken” liggen op een zwevend bedje klankkleur en ik moet zeggen dat deze “portretjes” het eerbetoon aan zijn familie verrijken. Ze versterken het beeld van het Amerikaanse kleinstedelijke denken en leven wat Simmons op dit album heel treffend naar voren brengt. Zoeken, ontworstelen, eren, overleven en “gewoon” door leven hoe heftig de omstandigheden ook zijn.

Simmons schreef de songs voor het “Family Album” gedurende de afgelopen vijftien jaar en spaarde ze op tot hij de tijd rijp achtte ze te bundelen. Ze vertellen over een familielid, een specifieke gebeurtenis, een jeugdherinnering en overpeinzingen die daar uit voortvloeien. De songs zijn veelal klein en subtiel gearrangeerd. Gave songs in een melancholische setting. “Fifty Bucks” slechts alleen met akoestische gitaar, mondharmonica en een minimale tweede stem. “Found”, “Melancholy Days”, “Eddie From Woodbury” en “Traveling Strange” zijn iets voller gearrangeerd. Ze neigen meer naar de sound van de albums waarin de begeleidingsband duidelijker aanwezig is. “Cannon County 1966” en “Cannon County 1986” laten in muzikaal opzicht horen hoe genuanceerd en doordacht ze zijn gecomponeerd. Prachtig hoe Simmons in beide songs eenzelfde muzikale thematiek op verschillende manieren uitvoert.

De zorgvuldig afgewogen samenspelende muzikanten op het album vormen Simmons  muzikale familie waarmee hij al vaker het podium en de studio deelde: Eric Fritsch: toetsen, elektrische gitaar, basgitaar, drums, percussie, dilruba (je weet wel uit India) en hoorns. Martin Lynds: drums en percussie. Molly Jewell : piano en harmoniezang en Matt Roley: harmoniezang.

Wandelen door een familiegeschiedenis is met Stephen Simmons een genot voor het oor geworden. Meegenomen door de melodieën en arrangementen is het zelfs niet noodzakelijk om de teksten volledig tot je te nemen om het album te omarmen.

Eén ding zou ik nog willen en dat is kunnen omschrijven waarom Stephen Simmons binnen het zo herkenbare Country folk geluid zo verrekte eigen klinkt. Ik luister naar “Facing East” en hoor de cello en de piano om de, door de akoestische gitaar ondersteunde, zanglijn cirkelen en weet het. Zo klink Simmons op zijn best en dat is genoeg omschrijving. De rest is luisteren en niet zo’n beetje ook.