The Texas Gentlemen, Floor It!!!

The Texas Gentlemen is sinds 2014 een collectief van jonge studiomusici uit Dallas, Texas en bestaat uit zo’n vijfentwintig personen, maar de harde kern bestaat uit ongeveer vijf musici, te weten (op dit album!) Nik Lee (gitaar), Daniel Creamer (zang, keyboards en percussie), Scott Edgar Lee(bas), Ryan Ake (gitaar, zang en percussie) en Aaron Haynes (drums en percussie). Tevens zijn allen multi-instrumentalist en hebben een enorme ervaring, hoe jong ze ook zijn. Daarnaast spelen ze als backing band voor grote namen als George Strait (the king of country), de singer-songwriter en producer Leon Bridges en Paul Cauthen, nu solo, maar maakte daarvoor deel uit van de oer-Texaanse band Sons Of Fathers. The Texas Gentlemen kan je met g ed recht gelijk schakelen met de Alabama’s Muscle Shoals Rhytm Section, de beroemde Wrecking Crew uit LA en de Memphis Horns. Hun eerste album TX Jelly zorgde voor een verrassing, al was het volgens de band maar een momentopname die in vier studio-dagen klaar was. Hun opvolger Floor It!!! (met drie uitroeptekens en betekend zoveel als gas-op-de-plank) duurde wat langer om te maken. Er werd veel tijd uitgetrokken om een goede sound te krijgen; overdubs werden bijna niet gemaakt, bijna alles is live opgenomen.

Om hun muziek te typeren moet je denken aan een mix van Zappa’s Mothers Of Invention, The Black Crows, Dr. Hook, Chicago en Blood, Sweat And Tears. De stijlen vliegen je om de oren en sommige songs herbergen zelfs meerdere. Vooral hun flexibiliteit is te vergelijken met de oude begeleidingsband van Bob Dylan: The Band. Het album start met de instrumentale Veal Cutlass, een indrukwekkend, beetje chaotische nummer (zoals dat hoort bij een New Orleans funeral with music) die overgaat in het funky Bare Maximum met prachtige blaaspartijen die een bigband waardig zijn. Het derde nummer, Ain’t Nothin’ New, lijkt een vergeten nummer van de Fab Four; meerstemmig gezongen, grappige muzikale vondsten en werkelijk prachtig geproduceerd door Matt Pence. De overgang in dezelfde toonsoort naar de volgende song Train To Avesta suggereert dat we nog in het vorige nummer zitten, lijkt daar ook een beetje op, maar de arrangementen zijn toch anders. Veel aandacht voor uitbundige strijkers, gitaren en een hoofdrol voor de piano. Na vier nummers gehoord te hebben maakt een blijheid van mij meester die ik maar zelden meemaak tijdens een eerste beluistering van een album. En dan hebben we nog negen songs te gaan! Mijn blijheid wordt bevestigd door het licht swingende, ragtime-achtige Easy Street compleet met zingende zaag aan het eind. Een song in dezelfde jaren twintig stijl, maar met een sixties sfeer is Hard Road. Mooie close harmony, koor en zelfs een beetje sentimenteel. Het volgende instrumentale nummer is Dark At The End Of The Tunnel en heeft, lijkt het wel, een lang intro. En ja, na bijna drie minuten verandert het ritme, meer uptempo met soms zware accenten en opbouwend naar een climax die weer uitkomt in een outro die gelijk is aan de intro. Tenslotte eindigt het in een sprankelend septiem akkoord die een open-einde suggereert. Heel mooi gedaan en boeiend. Sing Me To Sleep heeft inderdaad iets van een slaapliedje, maar is qua gebruik van instrumenten iets te heftig, terwijl de bijna echoloze zang je aandacht opeist. Ook dit nummer eindigt in het volgende nummer, Last Call. Een uiterst melodieus nummer dat mij doet terugdenken naar de muziek van de zestiger jaren; en dan vooral de Engelse. Dat geldt ook She Won’t. Maar halverwege verandert het tempo en volgt een wilde improvisatie op keyboards gevolgd door een fraaie forse gitaarsolo en eindigt abrupt, stilte! Charlie’s House is een song om van te houden; een fantastisch samenspel van zang, strijkers, gitaren, piano en een lekker chaotisch einde. Skyway Streetcar heeft weer die mooie mix van goede droge zang, een opdrijvend ritme en diverse instrumenten die wisselend aan bod komen. En dan, ja toch het laatste nummer: Floor It!!! Het lekkerste voor het laatst, al is die keuze na het horen van dit album heel erg moeilijk. The Texas Gentlemen pakken hier uit met een song van ruim acht minuten, met tempo wisselingen, opnieuw prachtige close harmony, een sober einde met als slot een vage herinnering aan het openingsnummer.

Wat een mooie, bijzondere plaat! Nogmaals, ik word hier blij van, krijg zelfs een beetje heimwee naar de melodieuze muziek van de beginjaren van de pop en word op dit album ook steeds weer verrast. Ieder zijn smaak natuurlijk, maar voor mij, voor dit jaar, tot nu toe: nummer 1. (New West Records)