Jesse Matas, Tamarock

Het komt niet vaak voor dat een in 2018 uitgegeven album een paar jaar daarna op je bureau belandt. In dit geval zal het vast te maken hebben met diens geplande optreden op het festival A Walk About Music in Volendam-Edam van 19 april, ter viering van 75 jaar vrijheid. Om zodoende diens naam en plaat (en dat van het festival) een beetje extra onder de aandacht te brengen. Wat trouwens ook van nut was (althans voor mij), want ik had werkelijk geen idee dat Jesse Matas, voorman van de Canadese folkrock formatie The Crooked Brothers, toentertijd al Tamarock, zijn debuutplaat, had uitgebracht. En toen was er ineens het coronavirus. Het festival moest afgelast, wat voor alle belanghebbenden en belangstellenden als bijzonder spijtig zal aanvoelen, maar desondanks zij en alle Americana liefhebbers flink zullen genieten van de 10 liedjes van de plaat, die zeer de moeite van het beluisteren waard is. Er zijn verschillende muzikale invalshoeken die licht refereren aan het repertoire van mensen als John Martyn en Nick Drake, met dat omlijste jazzy geluid van hen, maar ook aan de vloeiende en zacht-strakke melodieën van Dolerean, aan de energieke gitaarrock van Neil Young (met Crazy Horse), en aan de halve praatzang inclusief de soms staccato klinkende arrangementen, die we kennen van zijn (ter ziele gegane?) band The Crooked Brothers.

Naar verluidt verblijft Matas liever in de Canadese natuur, dan in de studio. Maar het is ook de natuur (en hoe de mens ermee omspringt) die hem inspireren als dichter, songtekstschrijver en muzikant. Een fraaie weerslag van beide wereldFen is te beluisteren op Tamarock, de plaat die muzikaal zo prachtig klinkt door de warme, open productie en door het fraaie spel van zijn begeleiders, op onder andere drums, bas, piano, viool en achtergrondzang. Om te koesteren. (Stonenote)