Matt Harlan, Best Beasts

Een nieuw album van Americana-icoon Matt Harlan, genaamd ‘Best Beasts’. Matt Harlan, geboren in Webster, Texas en later woonachtig in Houston en San Antonio, bracht in 2009 zijn eerste album ‘Tips & Compliments’ uit, daarna volgden ‘Bow & Be Simple’, ‘Raven Hotel’ en in het verkiezingsjaar 2016 ‘In The Dark’. Vergeleken met zijn vorige albums is ‘Best Beasts’ op hetzelfde hoge, of misschien zelfs hoger niveau. Wat wel opvalt is dat Matt Harlan zich in zijn teksten meer bezighoudt met de situatie van de ‘blue collar’ werknemer en de zwakkeren op de sociale ladder. In het openingsnummer ‘What We Saw’ beschrijft hij dat meesterlijk doch schrijnend: “And we take from the sickests ones, steal from the poor. If it can’t fix itself, that’s a problem ignored: Living high on the gun and getting low on the floor.” Namen noemt hij niet, Trump en zijn criminele gevolg zal je dus niet in zijn teksten vinden, maar de suggesties zijn sterk genoeg en niet mis te verstaan. Ook de sinds 2016 sterk gegroeide polarisatie onder de bevolking komt aan bod in de titelsong ‘Best Beasts’: “Lit up like gods or barely getting by. Concealing secrets from our darker sides. Pure demand wrapped up in infinite supply. Man, I can’t stop it – how about you? We are no different.” En vervolgens het refrein: “We’re just trying to be the best beats we can be, and find a way to sleep, don’t dig too deep.”

De teksten gaan best diep, ze zijn Dylanesk verhalend terwijl de muziek sober blijft, maar met versieringen van verschillende instrumenten die het geheel een lichte toets geven en dus minder zwaar maken. Daarom heeft hij ook een vracht aan collega’s gevraagd mee te doen aan dit project. Verschillende bassisten, gitaristen, drummers, violisten, blazers zijn van de partij, maar ook de banjo, pedalsteel, cello, accordeon en synthesizer zijn te horen. Maar echter heel gedoseerd en subtiel. Zijn zangstem wordt af en toe bijgestaan door Betsy Soo, Kelley Mickwee en Libby Koch. Zoals op de ballad ‘K&W’ (een keten van cafetaria’s waar men ouderwetse maaltijden serveert) waar Kelley Mickwee een prachtige tweede stem zingt. Hij heeft op een perfecte manier gezorgd voor een balans tussen tekst en muziek, nergens is het pompeus, eerder bescheiden. Ook zijn de dertien nummers verschillend van elkaar zodat van verveling geen sprake is terwijl de ontroering vaak binnen sluipt. Bij ‘Darla Mae’ wordt je stil als hij zingt: “Darla Mae, the world just fades away each time I touch your hand. Who’s to say you’re ever gonna find, a better suited man?” Ik raad je wel aan om het tekstboekje erbij te nemen als je gaat luisteren. Hij is goed verstaanbaar, maar met de tekst erbij is de ervaring toch intenser. Een werkelijk mooi album dat het verdient om aandacht te krijgen van een luisteraar die de tijd neemt. (Continental Song City)