Big Dave McLean, Pocket Full of Nothin’

Het zien optreden van legende John Hammond, vijftig jaar geleden, bracht Big Dave McLean aan de blues verslaving. Bij hem geen rechttoe rechtaan benadering van het genre, maar liever een doordesemde variant van invloeden uit folk, country, soul, vintage rock ‘n’ roll, jazz en rhythm & blues. Zijn repertoire, met slechts zeven albums met uitsluitend werk van anderen, is nogal aan de bescheiden kant. Maar Pocket Full of Nothin’ is het eerste album met daarop eigen nummers – negen van in totaal twaalf stuks. Een flinke aanmoediging van de Canadese producer van dienst en snarenwonder Steve Dawson was daarvoor nodig, zo sterk was de twijfel bij Big Dave over zijn talent als songschrijver. Een sluimerende ambitie om eigen werk uit te brengen was natuurlijk altijd al aanwezig, en die laat Big Dave uiteindelijk glansrijk de vrije loop. Pocket Full of Nothin’ is een smaakvol en integer gemaakt album, dat rijkelijk uiteenlopende arrangementen en swingende instrumentaties bevat, waaronder een blazerssectie, orgel, wurlitzer, (elektrische) piano, snarenwerk (Big Dave en Steve Dawson) en efficiënte ondersteuning door (contra) bas en drums. Grote troef vind ik zijn uitstekende stem – een synthese van Howlin’ Wolf (rauw) en Ted Hawkins (gepolijst). (Black Hen Music)