Ramblin Roots Rijk aan variatie

De zesde editie van het Ramblin’Roots Festival had een aanbieding van 17 Americana-acts van allerlei aard van soul, country rock, blues tot folk. Het is niet mogelijk om alles te zien en hieronder volgt het pad dat ik dit jaar gevolgd heb. Het was gezellig druk in Tivoli Vredenburg en ik had mijn loopschoenen maar weer aangedaan.  Het gebouw kent immers 9 verdiepingen. Naast de grote zaal werd er Pandora (6e etage) en de zalen Herz en Cloud Nine (9e verdieping) voor het festival  gebruikt.

The Dustbowl Revival

In de grote zaal was ik nog net op tijd om het laatste stukje van het concert van The Dustbowl Revival mee te maken.  Een paar dagen eerder had ik deze enthousiaste band  al gezien in de gezellige club Qbus, te Leiden. The Dustbowl Revival is een echte feestband met  Liz Beebe en Zach Lupetin als vocalisten en een gezellige blazerssectie.  In de grote zaal van Tivoli Vredenburg ontving het zevental veel bijval. Hun muziek heeft veel soulinvloeden en hun sound doet enigszins denken aan die van Nathaniel Rateliff & The Night Sweats.

Chance McCoy

Chance McCoy is een geval apart. Hij combineert oude Amerikaanse folkmuziek (uit de Appalachen)  met een box vol elektronische snufjes. De troubadour uit Nashville (bekend van de band Old Crow Medicine Show) wordt bijgestaan door twee Britse muzikanten waar onder zangeres Jackie Turner. Eigenlijk heeft hij deze muzikanten helemaal niet nodig want door zijn kundige ‘loops’ creëert hij al een behoorlijk rijke sound. Het publiek in de ongezellige donkere zaal Cloud Nine wordt getrakteerd op een fraaie authentieke fiddletune Lizard In The Spring. Chance McCoy is voor mij de verrassing van de avond.

Bonnie Bishop

Jammer genoeg speelt de Amerikaanse Bonnie Bishop ongeveer gelijktijdig met Chance McCoy. Ik ben getuige van het laatste deel van haar set. Bonnie vertelt dat het haar derde toer is in Nederland. De vorige keer nog met alleen  haar gitarist. Nu met een volledige band. Bonnie is gezegend met een prachtige soulvolle stem, die enigszins aan Bonnie Raitt doet denken. Alleen met haar gitarist zingt zij een  verpletterend mooie uitvoering van het nummer Not Cause I Wanted To. Voor dit liedje dat Bonnie met Al Anderson schreef ontving zij zelfs een Grammy nadat haar grote heldin Bonnie Raitt het had opgenomen.  Ook fraai klinkt de funky country soul in Mercy.

Frazey Ford

Vervolgens weer een Amerikaanse zangeres met een hemels klinkende stem. Frazey Ford speelt in de grote zaal met een flinke band. Jammer dat de bas te hard staat. Een euvel  (de terreur van de bas) dat deze avond regelmatig de kop op steekt.  Frazey speelt zowel op de gitaar als op de piano. Naast oud werk zingt Ford ook nieuw materiaal. Zo zingt zij een song over een Motherfucker dat ik nog niet eerder heb gehoord. Voorts eert Frazey het werk van Cat Stevens door How I Can Tell You te coveren. Dat doet zij bijna akoestisch waarbij de tweede stem van zangeres Caroline Ballhorn prachtig harmonieert.

Carter Sampson

 

Het concert van Carter Sampson is lekker losjes. The Queen Of Oklahoma kakelt er gezellig op los en  dat vind ik dit keer wel zo gezellig. Heerlijke pure country staat op het menu en dat mag ik graag horen. Zeker met zo’n geweldige steelspeler er bij. Zij zingt onder meer Queen Of Oklahoma dat geïnspireerd is op Shel Silverstein’s song  Queen Of The Silver Dollar. Voorts een fraaie uitvoering van Wilder Side.

Dave Alvin

Heel blij ben ik met de komst van Dave Alvin, een van mijn helden, die ik niet vaak genoeg kan zien. De Texaanse troubadour Jimmie Dale Gilmore staat er soms wat afwachtend bij. De band The Guilty Ones zorgt namelijk voor een fors geluid met aan het hoofd de vlijmscherpe gitaarlicks van Dave Alvin. Toch zingen de twee Americana-veteranen een mooi duet samen namelijk bij het nummer Get Together van The Youngbloods.  Dave Alvin doet een mooie versie van zijn 4th Of July. Maar het klapstuk is toch vooral de uitvoering van Johnny Ace Is Dead, waarbij Alvin een mooi duel uitvecht met de verbeten drummende Lisa Pankratz. De set wordt afgesloten met het onvermijdelijke hitje Marie Marie.

Drivin’ n’ Cryin’

Dit jaar werd de Americana-liefhebber verblijdt met een nieuw album van Drivin’ n’ Cryin’. De Amerikaanse band met aan het hoofd Kevn Kinney is al meer dan 30 jaar actief. Ik ben helemaal gek van die gruizige stem van Kevn en gelukkig is hij nog net te horen boven de geluidsmassa die hij in Pandora produceert. Naast  werk  van zijn nieuwe schijf  Live The Love Beautiful  (bijv. Step By Step) speelt Kevn een prachtige lang uitgesponnen versie van Straight To Hell. Daarnaast een verrassend pittige uitvoering van Jumping Jack Flash. Jammer dat Kinney vergat om zijn maatje Tim Knol uit te nodigen. Knol’s gitaar stond namelijk al een tijdje op het podium.

North Mississippi Allstars

Een beter sluitstuk van een festival is haast niet denkbaar dan de North Mississippi Allstars. Deze band met de gebroeders Cody en Luther Dickinson weten alles van een lekkere beat. Het trio swingt  als een tierelier. Halverwege de set komt Cody vanuit zijn drumstel naar voren en trakteert het publiek op een bezwerende psychedelische sound met zijn elektrische washboard.  Een van de helden van Mississippi wordt geëerd met   de uitvoering van Goin’ Down South. Zo komt R.L. Burnside nog even tot leven.  Ik vertrek vervolgens naar het Westen. De laatste trein naar Den Haag staat voor mij klaar.

Foto’s Paul Jonker