The Demtones

Doe even de ogen dicht. In een achteraf zaaltje staat een plukje mensen. Vrijkaarten en vermeldingen op de gastenlijst, zo’n plukje. Op het podium wacht apparatuur. Drie Zweden schuifelen de planken op. Drummer Martin Behm Stener beroert zacht zijn trommelvellen, Alfred Andersson gespt zijn bas om en wacht, frontman Oscar Ericsson slaat een eerste akkoord op zijn gitaar. Er wordt afgeteld en ‘Valerie’ wordt ingezet.

De langspeler The Demtones is het debuut van het Zweedse trio. Negen nummers slechts op het schijfje. Opener ‘Valerie’ is een stampende track van vier minuten. De groep laveert tussen rock ‘n’ roll en stonerrock. Het plukje toeschouwers wandelt naar het podium. Het geluid is goed, de muzikanten enthousiast, de teksten te verstaan. Er klinkt applaus na het eerste nummer. ‘I Come Around’ wordt ingezet.

Roffelende drums, kloppende gitaarakkoorden, rockmuziek die andere namen oproept. Danko Jones? Nee, toch niet. Black Sabbath? Nee, moderner. The Demtones slagen er in om grote namen op te troepen, maar zijn in geen enkel geval de mindere.

Het trio houdt het tempo hoog. ‘You Don’t Know’ heeft een refrein om mee te brullen, bassist Andersson opent ‘Reckless’ met een heerlijk loopje en ‘Free’ sluit af met een melodie die minutenlang aangehouden kan worden.

Het plukje mensen tapt bij het eerste nummer met de voorvoeten, staat bij het tweede nummer voor het podium, laat zich verleiden tot een dansje bij ‘Honey’, telt “een, twee, drie en vier” nogmaals af bij ‘What You Got To Lose’ en klapt de handen stuk na ‘Free’. The Demtones zijn er nog niet maar komen er aan. (Independent)

Jaks Schuit Auteur