The Great Dying, Bloody Noses & Roses

Sprookjes bestaan. En als er een fabel uitkomt, mag de bedenker of verteller er een label aanhangen ofwel een etiket op plakken. Will Griffith verzint sinds de eerste stappen binnen het basisonderwijs verhaaltjes en maakt sinds zijn tienerjaren muziek met als ultieme droom het maken van een album. Griffith musiceert langs punk- en rockliefhebbers, maar vindt nergens gelijkgestemden met de juiste attitude. Tot hij Matt Patton en Bronson Tew, de oprichters van label Dial Back Sound ontmoet.

Vanuit het kantoor van het label worden er continue releases naar de brievenbus van Griffith gestuurd. Dagelijks arriveren er enveloppes. Dead Moon en The Stooges houden Townes Van Zandt en Blaze Foley gezelschap. Uit die postale cocktail van country, punk en rock ‘n’ roll komen de nieuwe nummers van Will Griffith. Het eindresultaat Bloody Noses & Roses bevat tienmaal een knallende klap in het gezicht van de luisteraar, maar ruikt daarbij als een roos die zojuist is uitgekomen.

‘Nobody Arrives’ begint met een akoestische gitaar. Alsof David Bowie een laatste intro speelt. De wat afgeknepen stem zingt het eerste refrein. Na iets meer dan een minuut is er de versnelling, ‘Nobody Arrives’ swingt en treft elke luisteraar. Na ruim vier minuten is er een einde, zijn er gedachten aan Nick Cave, Josh T. Pearson en blijven vooral de unieke stembanden van Griffith over. Voor ‘The Cellar Below’ zijn de oren te luister gelegd bij The Bad Seeds, de sound is hecht en vormt een prachtig fundament voor de tekst. Indie-rock met een gitzwarte en vooral energieke rafelrand. ‘Catchin’ Hell’ is superieure alt.country. Knauwend volgt Griffith de akoestische gitaar. Het verhaal over dolen langs de weg, op reis zijn zonder doel en uiteindelijk een bestemming kiezen. De pedal steel gitaar verhoogt de desolate sfeer van het liedje.

‘100 mph’ is razende punkrock. ‘Magnolia’ is daarna sfeervol, is een aai of bijna een liefkozing ‘in your face’. De muziek onthaast. De titel van ‘Lips And Pistols’ verwijst direct naar Will Griffith. Zachte lippen en het kille metaal van een pistool. Tegenstellingen roepen spanning op en deze worden door de Amerikaan graag verwerkt in zijn liedjes. ‘TN Song’ is Amerikaanse rock en doet denken aan Slobberbone, waarna ‘Beer By The Bed’ een afgebeten ballade is. In ‘The Junky-esque Skull’ trekt Grioffith nogmaals alle registers open. Verdorven dromen, verslavende gedachten, martelingen, middelen voor de junk gepakt in rammelende drums, raggende gitaren en uitgespuugde teksten. De muzikant kijkt naar binnen, onderzoekt terrein onder de eigen schedelkap en treft de luisteraar in het hart en daarna snoeihard in de maag. Afsluiter ‘Water The Horses’ is een ballade, geeft tijd om te relaxen en is na de knallende punkrock ruim vier minuten ontspanning.

‘Bloody Noses & Roses’ is een fantastisch debuut en een spettende begin van wat waarschijnlijk een imponerende carrière wordt. (Dial Back Records)

Jaks Schuit Auteur