Jimmie Vaughan, Baby, Please Come Home

Jimmie Lawrence Vaughan is een bluesveteraan, die vanaf eind jaren zestig actief is. Hij stond al heel snel als achtien jarige met zijn band in het voorprogramma van ene Jimi Hendrix. Tien jaar later verscheen het eerste album van zijn band the Fabulous Thunderbirds, die een lichting muzikanten vertegenwoordigden, die de blues een nieuwe impuls gaven. In 1989 verliet hij de band om samen met zijn jongere broer Stevie Ray het album ‘Family Style’ op te nemen en daarna verschenen een aardig rijtje solo platen van hem, hoewel hij ook nog veelvuldig als gastspeler te horen was op album van anderen. Met zijn album ‘Do You Get The Blues?’ won hij in 2001 een Grammy voor Best Traditional Blues Album.

Hij treed nog regelmatig op, hoewel ik niet de indruk heb dat hij nog barstensvol ambitie zit. Het schrijven van nieuw materiaal zit er ook niet meer in, maar zijn eerste studio album sinds 2011 is toch weer een pareltje geworden, waarmee hij de huidige generatie blues muzikanten toch weer even laat horen hoe blues gespeeld moet worden. In het verleden heeft hij al laten horen als gitarist niet onder te hoeven doen zijn broertje, maar zijn spel heeft zich toch heel anders ontwikkeld. Het is minimalistisch te noemen, maar elke gespeelde noot is raak.

Vaughan laat zich weer door vele bekende muzikanten uit de Austin scene omringen. Verder heeft hij elf pareltjes uit de Amerikaanse Rhythm and Blues geschiedenis weten te verzamelen, die je zeker niet tot de overbekende standaard stukken kan rekenen.De cd begint met de titelsong ‘Baby, Lease Come Home’ van Lloyd Price. Jimmie is geen geweldige zanger, maar zijn herkenbare, ietwat lui klinkend stemgeluid past uitstekend bij de nummers en zeker met het nummer ’I’m Still In Love With You’ zorgt hij voor een kippenvel momentje. Overigens is dit weer een cd zonder zwakke nummers. Dit album is een pareltje dat de rest van het jaar als blues album moeilijk te overtreffen zal zijn en hopelijk hoeven we niet weer acht jaar te wachten op een opvolger.

Ton Kok Auteur