Phil Lee & The Horse, He Rode In On

Muzikant, roadie, chauffeur, componist, gitarist en producer. Phil Lee tooit zich bij al die bezigheden graag met de bijnaam The Mighty King Of Love. De Amerikaan noemt zelfs zijn debuut in 2000 zo. Lee begint in de jaren zeventig in de showbusiness. Hij speelt gitaar, schrijft zijn eerste liedjes, maar vertelt vooral graag anekdotes. Bijvoorbeeld over zijn avonturen in de entourage van Neil Young. Als roadie rijdt hij apparatuur rond voor de tour van Rust Never Sleeps (1979). Lee over die tijd. Neil came to in 1968 and said: ’I don’t know what I’m gonna do. I just got kicked out out of Buffalo Springfield, I need a band. You reckon I could use your crew?’ I said: ‘Fuck off, I don’t need this, they are my guys. I bought them the instruments.’ … No, I’m kidding. I drove his truck!

Aangevuld mag worden dat Lee in die jaren in een groepje speelde voor partijtjes en dit bandje heeft opgetreden op feesten van Neil Young. Bij een van deze gelegenheden ontmoet hij drummer Ralph Molina en bassist Billy Talbot en vraagt deze mee te spelen. Door de jaren heen begeleiden Molina en Talbot The Mighty King Of Love. Voor He Rode In On nodigt Lee het duo opnieuw uit. Op de twaalf tracks op de langspeler is dus de ritmesectie van Crazy Horse te horen!

Phil Lee debuteert in 2000 met The Mighty King Of Love. Een jaar later is You Should Have Known Me Now klaar. Het duurt acht jaren voordat So Long, It’s Been Good To Know You in de schappen ligt. Daarna gebruikt de in Durham, North Carolina geboren muzikant weer de eerder genoemde bijnaam. The Fall & Further Decline Of The Mighty King Of Love is een met gasten gevulde langspeler. Ook voor He Rode In On trommelt Lee vrienden en bekenden op. Barry Goldberg (Electric Flag), Richard Bennett (Neil Diamond, Mark Knopfler), Jake Berger en Pete Anderson (Dwight Yoakam), bij de opnames is het een komen en gaan van bevriende muzikanten.

Lee maakt vooral countryrock ofwel alt.country. Het zijn namen voor het genre dat is te vinden tussen Exile On Main Street van The Rolling Stones en delen van het oeuvre van Neil Young. Zelfs Bob Dylan in een hoge versnelling is een invloed. ‘Wake Up Crying’ heeft het intro van ‘My Generation’ van The Who en ‘I Don’t Forget Like I Used To’ is een rockballade die op elke American Recordings van Johnny Cash zou excelleren. In ‘Rebel In My Heart’ klinkt Lee als een kraaiende Dylan. In het nummer breken zijn stembanden en stromen de tranen de luidsprekers uit. ‘Party Drawers’ is countryrock voor de ballroom waarbij Molly Pasutti het juiste portie emotie toevoegt aan de track.

He Rode In On wordt afgesloten met twee bonustracks. “Turn To Stone’ is een ballade die past in de tijd van Otis Redding, Sam Cooke en Al Green. Lee is als crooner een ontdekking. Afsluitend nummer is ‘Sonny George’. Neil Young zou het nummer geschreven kunnen hebben.

Dit album klinkt als een fraai en uitgebalanceerd overzicht van de carrière van Phil Lee, maar is vooral gevuld met sterke, nieuwe nummers. De avonturen op en naast het pad van de liefde worden door The Mighty King Of Love met overgave gespeeld. En nergens is een tissue nodig. De muziek van Phil Lee zorgt voor een vette glimlach op het gezicht van de luisteraar. (Palookaville)

Jaks Schuit Auteur