Gerry Cinnamon, Erratic Cinematic

Toen ik een nummer van dit debuutalbum van Gerry Cinnamon (1985, eigen naam is Gerry Crosbie) op de radio hoorde dacht ik even een nummer te horen van Billy Bragg. Maar al gauw verdween die vergelijking omdat ze bij nader inzien toch verschillend zijn.

Gerry Cinnamon is een singer-songwriter, een Schot, komt uit Glasgow uit de wijk Castlemilk. Hij zingt in zijn lokale dialect, of wel Glasgow patter, begeleidt zichzelf op akoestische gitaar en mondharmonica met behulp van een bassdrum en verschillende loop machines. Zijn muziekstijl is duidelijk indie-folk met een verwijzing naar Bob Dylan, die een groot inspirator voor hem is. Zijn teksten die worden omschreven als ‘brutally honest’ gaan over zijn jeugd, drugsgebruik, liefdesverdriet en het soms lastige dagelijkse leven van een jongen die opgroeit in een volksbuurt. Juist omdat zijn teksten zo herkenbaar zijn voor de hedendaagse jeugd in het Verenigd Koninkrijk steeg zijn populariteit snel. Eerst in Glasgow, maar niet veel later in de andere industriesteden als Manchester, Liverpool en Birmingham. Tijdens optredens worden zijn songs woord voor woord door het publiek meegezongen op de manier zoals alleen de Britten dat kunnen. Hij leerde zichzelf gitaar en mondharmonica spelen, begon songs te schrijven en kweekte een grote ambitie om zijn leven aan de muziek te wijden om op die manier het werken in de lokale fabrieken te ontkomen. Tijdens een solo optreden ontmoette hij een buurtgenoot, Chris Marshall, waarmee hij de band ‘The Cinnamons’ vormde en in 2010 een EP uitbracht. Enkele jaren later verliet hij de band en ging solo verder onder de naam Gerry Cinnamon. In 2014 werd hij gevraagd om een song te schrijven in verband met het Schotse onafhankelijkheid referendum. Dit bracht hem meer bekendheid, maar hij stelde duidelijk dat hij niet gezien wilde worden als alleen maar voorvechter van de Schotse zaak. In de jaren daarna werd zijn populariteit steeds groter en begon hij buiten de VK te toeren. In januari dit jaar trad hij op in Paradiso en Melkweg in Amsterdam en is voor deze zomer geboekt voor festivals als Benicassim (Spanje) Kendal Calling, Y Not en het legendarische Isle of Wight.

Allereerst wil ik je graag aanraden om de teksten mee te lezen bij het beluisteren van dit album; ze zijn zeker zo belangrijk als de muziek. Op internet zijn de teksten te vinden op www.genius.com. Het openingsnummer ‘Sometimes’ stamt nog uit de tijd van The Cinnamons en verhaalt over zijn drugsgebruik en straatleven. Een glasheldere tekst, melodieus gezongen en inderdaad ‘schokkend eerlijk’. Op Spotify krijgt deze tekst het oordeel ‘explicit’, maar dat zegt meer iets over de ‘lyrics police’ van Spotify. De begeleiding is sober met alleen akoestische gitaar en bassdrum. Zeer indrukwekkend en een smaakmaker voor de rest van het album.  Ook een sterk nummer is ‘Lullaby’ waarbij de weer sobere begeleiding bijna confronterend de tekst benadrukt. Nog zo’n nummer met ‘explicit’ tekst is ‘What Have You Done’ : What have you done son, Sold your soul to the demon, Dance like a dafty for a bag of snow, Where will you run son when the joke gets old?

” ‘Belter’ gaat over een meisje die hij omschrijft als een belter, straattaal voor lekker wijf. Hij is verliefd op haar, ziet haar als onbereikbaar en weet hij zeker dat zij hem niet eens ziet staan.  Met ‘Keysies’ kijkt hij terug op zijn jeugd, het buiten spelen na school in te dunne kleren. De melodie in mineur benadrukt de weemoed. Keysies betekend ‘time out’. Een ontroerende song is ‘Diamonds in the Mud’ waarin hij zijn geboortestad bezingt in een zwaarder accent dan in de andere nummers en veel gebruik maakt van straattaal (patter) zodat het voor niet-Glaswegians moeilijk te volgen is. Zijn conclusie is dat hoewel het een rotstad is, het wel zijn rotstad is met mooie en bijzondere mensen en details, ‘diamonds in the mud’.

Men noemt hem al de nieuwe Bob Dylan, maar hoewel hij een zelfde pet draagt, zijn instrumenten dezelfde zijn en folk zijn muzikale uiting is, is het natuurlijk onmogelijk. Er is maar éen Bob Dylan, net zo goed dat er maar éen Gerry Cinnamon is die teksten schrijft die dwars door je ziel gaan met zijn beschrijvingen van zijn jeugd en het leven op straat en haarscherp en keihard laat weten dat wij, de gewone mensen het echt niet meer pikken. De laatste song op dit indrukwekkende album is ‘War TV’ over de lucratieve kant van oorlog voeren, terwijl iedereen de andere kant op kijkt: “And there’s no use pretending that you don’t understand, with your arse in the air and your head in the sand….” (Little Runaway Records Ltd/AWAL Recordings Ltd)